Jaap Willems

burgerschap

Communicatie over techniek stimuleert ook kritisch burgerschap 

Jaap Willems(hoogleraar science communication, Instituut ELAN, Universiteit Twente) 

Wetenschaps- en techniekcommunicatie heeft doorgaans betrekking op de vraag hoe we meer jongeren kunnen interesseren voor een bèta en/of techniek. Zonder voldoende belangstelling daarvoor zou onze welvaart in gevaar komen. Dit lijkt een te enge benadering. Populariseren van o.a. nieuwe technologieën is niet alleen van belang voor onze economie, maar eveneens voor het democratisch functioneren van onze samenleving omdat het bijdraagt aan de vorming tot kritische burgers. Wtc dient daarom niet alleen op jongeren te worden gericht zoals in de huidige science centers vaak het geval is, maar ook op de rest van de samenleving. Recente technologische ontwikkelingen zoals de opkomst van genomics vormen daartoe een extra argument omdat het debat daarover vooral door volwassenen wordt gevoerd. Door kritische burgers.

 

Ontwikkelingen op terreinen zoals biotechnologie, gezondheidstechniek en ict zijn vaak zo ingrijpend van aard dat je beleidsmaatregelen op die terreinen niet kunt overlaten aan politici en deskundigen. Wanneer een samenleving wordt geconfronteerd met de opkomst van dergelijke nieuwe technologieën, dan mag bijvoorbeeld regelgeving op dat terrein niet alleen het product zijn van een compromis tussen wat deskundigen wenselijk vinden en politici haalbaar. Zaken als risico, privacy en veiligheid zijn vaak te zwaarwegend om volledig aan het politieke spel over te laten. Daarbij is een breder draagvlak nodig. Anders gezegd: als er ingrijpende innovaties aan de horizon verschijnen, dan zijn er betrokken kritische burgers nodig die daarover meedenken, meepraten en ook meebeslissen. En dat zou al vroeg in een dergelijk ontwikkelingsproces moeten gebeuren: als lijnen worden uitgezet die naar die innovaties kunnen leiden, bijvoorbeeld bij het verdelen van subsidies of het opstellen van spelregels voor bijvoorbeeld proefdiergebruik.

Uit het proefschrift van Anne Dijkstra (Universiteit Twente) over de rol van het publiek in het debat over genomics, komt echter een weinig bemoedigend beeld naar voren als het gaat om kritisch burgerschap. De betrokkenheid van de modale Nederlander bij dit type wetenschappelijke ontwikkelingen lijkt gering. Niet veel mensen schijnen mee te doen bij discussies over de ontwikkeling van nieuwe technologieën zoals genomics, ondanks de mogelijk verstrekkende invloed daarvan op onze samenleving. Waarom dan toch een pleidooi voor kritisch burgerschap? Waarom moeten we wetenschap en technologie populariseren als de meeste mensen daarin weinig geïnteresseerd lijken? Is dat geen verspilling van geld, tijd en energie?

 

We moeten blijven streven naar grotere betrokkenheid bij het beleid rond bijvoorbeeld nieuwe technologieën omdat dit noodzakelijk is voor een gezonde samenleving. Als je een samenleving nastreeft waarin welvaart en welzijn voor veel mensen zijn verzekerd, dan moet je blijven streven naar een geëngageerde bevolking, naar de vorming van mondige burgers. Wanneer ingrijpende maatregelen zoals die over het onderzoek aan stamcellen moeten worden genomen, is het noodzakelijk dat veel mensen daarover hebben meegedacht. Zonder een brede maatschappelijke basis loop je het risico dat maatregelen worden genomen op grond van louter politieke afwegingen. Die zijn niet altijd in het algemeen belang of worden in elk geval vaak niet als zodanig ervaren.

Is de Nederlandse bevolking dan niet voldoende betrokken? Iedereen heeft een mening over van alles. Zonder in het pessimisme van Balkenende c.s. te vervallen, lijkt het antwoord op die vraag toch ontkennend te moeten zijn. Een groot deel van de Nederlanders lijkt niet echt geïnteresseerd (tenzij het om leuke toepassingen gaat zoals de gps); veel mensen zeggen dat wel te zijn, maar haken toch snel af als ingewikkelder zaken aan de orde komen zoals genomics of nanotechnologie. Ze hebben daarover soms wel een mening, maar die is doorgaans nogal vrijblijvend, oppervlakkig en dus gemakkelijk te manipuleren. Veel mensen lijken overigens ook zelf ontevreden over die situatie. Uit onderzoek van o.a. het SCP komt veel onvrede naar buiten over de wijze waarop men (niet) geïnformeerd is over dit soort ontwikkelingen. Dat lijkt geen basis voor kritisch burgerschap.

 

Empowerment

 

Om mensen meer te betrekken bij de grote veranderingen in het dagelijkse leven op het terrein van onder meer de gezondheidszorg, energie- en voedselvoorziening, nieuwe technologieën en maatregelen m.b.t. klimaatverandering, is empowerment nodig. Wat is dat? Er zijn honderden definities, maar het komt er kort gezegd op neer dat mensen in staat zijn c.q. worden gebracht zich zinvol te bemoeien met plannen en maatregelen op deze terreinen. Veel meer mensen dan nu moeten zich kunnen en willen inzetten voor ontwikkelingen die in ieders belang zijn. Meer mensen moeten de macht en mogelijkheid krijgen dat te doen.

Prachtig gezegd, maar hoe bereik je dat? Hoe maak je mensen, die niet erg geïnteresseerd lijken mondiger? Anders gezegd: hoe realiseer je kritisch burgerschap? Hoe creëer je empowerment? In elk geval niet via de klassieke massamediale voorlichting. Mensen worden al overspoeld door informatie en nog meer argumenten over bijvoorbeeld de noodzaak van orgaandonatie of met adviezen voor een gezonder leven, leveren niet veel winst op. Tenzij je met een shocktherapie werkt zoals de donorshow van BNN, maar een dergelijk effect is meestal kortstondig. De plannen van o.a. minister Klink voor meer massamediale voorlichting over bijvoorbeeld de voordelen van het Elektronisch Patiënten Dossier of de risico’s van drugsgebruik passen in het ouderwetse idee dat je mensen kunt veranderen door hen beter te informeren. In de communicatiewetenschap noemt men dat de injectienaaldtheorie: door het grote publiek via de media als het ware te injecteren met informatie, zou die als een spons de nieuwe kennis opnemen en daardoor veranderen. Een klassieke vergissing. Eerder onderzoek laat zien dat je meer mag verwachten van interactie in bijvoorbeeld het (buitenschools) onderwijs. In het recent verschenen proefschrift van Maarten van der Sanden (TU Delft) komt duidelijk naar voren dat de wetenschaps- en techniekvoorlichting daarbij veel kan leren van aanpalende terreinen zoals de gezondheidsvoorlichting en de reclame.

 

Maar voordat je je afvraagt op welke manier je meer mensen kunt (om)vormen tot kritische burgers, moet je vaststellen wat je eigenlijk voor ogen hebt. Wat is kritisch? Betekent het dat mensen a priori negatief staan ten opzichte van nieuwe ontwikkeling, dat ze kritiek hebben totdat het is bewezen dat de innovaties nuttig en veilig zijn? Of moet je het vertalen als een belangstellende houding? Je omarmt niet elke innovatie automatisch omdat wetenschappers of technici zeggen dat het goed is, maar wijst die ook niet bij voorbaat af. Je kijkt kritisch naar een dergelijk innovatie.

En waarop moet je kritisch zijn? Op elk nieuw product, elke nieuwe techniek, elk ander idee? Het is ondoenlijk om alle nieuwe ontwikkelingen kritisch te bejegenen want daarvoor ontbreken bij bijna iedereen tijd, energie en kennis. Via opinieleiders, wetenschaps- en techniekjournalisten, maatschappelijke organisaties en vergelijkbare instanties zullen relevante ontwikkelingen voor het voetlicht moeten worden gebracht waarna een breder publiek zich daarmee kan gaan bemoeien. Dat kun je formaliseren via publieke debatten, panels, consensusconferenties en dergelijke en dat kun je ook overlaten aan het vrije spel van de publieke meningsvorming.

En wie moeten er dan kritisch zijn? Welke burger, elke burger? Het is niet reëel om te verwachten dat iedereen, een gehele samenleving ooit omgevormd kan kunnen worden tot kritische burgers. Maar de betrokken groep zou groter moeten kunnen zijn dan de hoogstens tien procent die men met enige goede wil nu als zodanig kan aanmerken. Meer mensen zeggen geïnteresseerd te zijn, meer mensen zijn hoger opgeleid, meer dan tien procent van de bevolking wordt doorgaans direct geconfronteerd met een bepaalde innovatie. Die kunnen hopelijk meer en beter worden betrokken. Betrokkenheid lijkt overigens vooral haalbaar voor specifieke problemen. Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat zich doorgaans rond bepaalde vragen, specifieke groepen mensen concentreren. Deelpublieken. Bij plannen voor bijvoorbeeld een kernenergiecentrale zullen dat andere mensen zijn, dan bij de introductie van gemodificeerde voedingsmiddelen; plannen voor het invoeren van nieuwe ict zoals UMTS zullen weer andere mensen mobiliseren. Anders gezegd: het grote publiek bestaat niet als het om dit type vraagstukken gaat, het zal doorgaans gaan om deelpublieken of publiekjes.

 

Hoe word iemand een kritische burger of beter: hoe kun je bereiken dat meer mensen zich als kritisch burger gaan gedragen? Inzichten vanuit o.m. de politicologie leren dat empowerment daarbij een cruciale rol kan spelen. Mensen moeten in staat worden gesteld om mee te denken, mee te praten en mee te beslissen. Men moet de kracht en de macht krijgen om dit te doen. Als mensen het gevoel krijgen dat hun mening ertoe doet, dan zal menigeen meer dan nu de moeite nemen zijn of haar stem te laten horen. Nu lijkt inspraak – bijvoorbeeld tijdens de genomisdebatten – vaak vooral een doekje voor het bloeden.  Geselecteerde mensen en organisaties mogen hun mening geven en de politiek beziet daarna of ze er iets mee doet. Niet helemaal onlogisch in een parlementaire democratie, maar toch een vergissing. Een democratisch systeem ontslaat een samenleving namelijk niet van de morele plicht tot zelf nadenken.

Empowerment is meer dat het verstrekken van voldoende informatie, zoals tijdens de grote publieke debatten over genomics gebeurde; het impliceert ook maatschappelijke vorming door o.m. training. Mensen moeten leren om mee te denken, mee te praten en mee te beslissen doordat ze bijvoorbeeld persoonlijk betrokken zijn geweest bij discussies bij specifiek beleid. Dat lijkt alleen te lukken als mensen daartoe worden getraind, opgeleid, gevormd. Toegegeven: vorming is een besmette term, die aan het einde van de vorige eeuw in diskrediet is geraakt door het hoge geitenwollen sokkenkarakter van het vormingswerk, maar dat neemt toch niet weg dat het nog altijd een veelbelovend traject lijkt omdat het verder gaat dan informeren. Mensen moeten niet alleen over voldoende kennis beschikken, ze dienen ook een houding, een attitude te hebben die hen rijp maakt voor deelname aan het publieke debat over bijvoorbeeld nieuwe technologieën. Een bruikbare route op weg daar naartoe zou wel eens gevonden kunnen worden in het aanbieden van eigen ervaringen met bijvoorbeeld die technologieën. Dat is een aanpak die je onder meer terugvindt in diverse activiteiten voor jongeren van het Platform Bèta Techniek zoals JetNet. Die zou men ook voor volwassenen kunnen ontwikkelen.

Het grote verschil tussen de klassieke voorlichting en de modernere vorming is dat men bij voorlichting vooral informatie aanbiedt, in woord en beeld, gedrukt of op een beeldscherm; bij onderwijs en vorming is daarnaast sprake van persoonlijk contact, van interactie. De zgn. leken kunnen in gesprek treden met de deskundigen. Die kunnen gemakkelijker hun persoonlijke meningen geven omdat die niet publiekelijk worden verspreid zoals bij het populariseren via de media. En emoties – van beide kanten – kunnen bij zo’n direct contact veel gemakkelijker een rol spelen dan tijdens voorlichting.

 

Een uitbreiding van de techniekcommunicatie van louter voorlichting via massamedia naar interactieve vorming leidt tot verbreding en intensivering daarvan, die tot empowerment kan leiden. Niet alleen jongeren zouden daarbij moeten worden dan benaderd, maar ook volwassenen. Niet alleen de economische belangen zijn daarbij in het geding, maar ook de democratische en culturele. En er wordt niet langer louter top down gecommuniceerd (van deskundigen naar leken), maar experts komen in direct contact met leken; academische deskundigen raken in gesprek met ervaringsdeskundigen zoals patiënten en hun familie, wetenschappers en niet-wetenschappers horen van elkaar wat ze persoonlijk vinden van de plannen om bijvoorbeeld ict onder toezicht van de overheid te plaatsen en/of meer te investeren in natuurlijke geneeswijzen. Overigens, betrokken burgers zijn geen garantie voor meer draagvlak (vgl. de vroegere kernenergiedebatten). Ze vormen echter wel een garantie voor een gezondere samenleving                                            

 

  

 

Boeken bestellen

Met Pensioen

o.a. bij BOL en bij Mets en Mets

en als e-book bij Mets&Mets

 

 

Late Liefde en De Erfenis:

bij Nieuw Amsterdam

noimage