Jaap Willems

berlijn

Joods Berlijn 

 

Ondanks de shoa, die in Berlijn werd bedacht, georganiseerd en gecoördineerd, kent de stad een groot aantal zichtbare herinneringen aan het rijke joodse verleden. Er is weliswaar in die tijd erg veel vernield, maar enkele markante gebouwen hebben het overleefd en veel andere zijn gerestaureerd. De actuele kaart van joods Berlijn telt daardoor maar liefst 130 bezienswaardigheden. Buiten de joodse gemeenschap krijgen die weinig aandacht en dat is jammer. En bijna iedereen die iets van joods Berlijn wil zien gaat naar het Holocaust Monument en naar het nieuwe Joodse Museum aan de Lindenstrasze, maar er is zo veel meer en beter. In diverse stadsdelen (o.a. Charlottenburg, Prenzlauerberg en Kreuzberg) vind je synagogen, joodse kerkhoven kleine musea, gedenkplaatsen en joodse culturele instellingen (of gedenkstenen die eraan herinneren). Het hart ligt in Mitte, rond de Oranienburgerstrasze. Daar staat onder meer de grote (gerestaureerde) Nieuwe Synagoge van Berlijn. De toevoeging ‘nieuw’ slaat hier zowel op het enorme gebouw dat pas in 1988 werd herbouwd, als op de interpretatie van het Jodendom die er wordt aangehangen. De Nieuwe Synagoge is namelijk vanouds het centrum van het moderne, liberale Jodendom.

De Nieuwe Synagoge aan de Oranienburgerstrasze 30, is een imposant roodbakstenen gevel met daarop een vijftig meter hoge, gouden koepel tussen twee rijk versierde kerktorens. Indrukwekkend, maar weinig joods. Het ontwerp is dan ook van de christelijke architect Eduard Knoblauch. Die had in de 19e eeuw voor de toen snel groeiende joodse gemeente een gebouw bedacht met duidelijk Moorse trekken en met neogotische ramen. Vreemd? Dat had waarschijnlijk te maken met de progressieve ideeën van deze liberaal joodse gemeente, die integratie in de Duitse samenleving prominent in haar doelstellingen had staan. Die aanpassing ging kennelijk ver. Pas nadat je de Hebreeuwse spreuk van de profeet Jesaja boven de hoofdingang hebt ontdekt, realiseer je je dat je voor een grote synagoge staat. En ook dat is niet helemaal waar want wat er nu staat is vooral een gevel; de rest van het 19e eeuwse gebouw is niet herbouwd.

De oorspronkelijke Nieuwe Synagoge werd in 1866 ingewijd en was toen de grootste van Duitsland. Er was plaats voor meer dan drieduizend gelovigen. Het gebouw baarde indertijd al veel opzien door de kleurrijke decoraties, de geraffineerde verlichting, het rijke metselwerk en de technisch gewaagde koepel. Minister-president Otto van Bismarck was een van de vele hoogwaardigheidsbekleders die bij de grootste opening aanwezig waren. De Nieuwe synagoge was namelijk niet alleen een religieus, maar ook een belangrijk cultureel centrum van de stad. De befaamde natuurkundige Albert Einstein zou er in 1930 een vioolconcert hebben uitgevoerd. Tijdens de pogrom van 1938 werd ook dit grote gebouw belaagd, maar het ontkwam aan vernieling door het ingrijpen van een Duitse politieofficier, luitenant Wilhelm Krützfeld. Die wist de SA op afstand te houden door een beroep te doen op de monumentenstatus van de synagoge; hij alarmeerde ook de brandweer om een beginnende brand te blussen. In de nieuwe gevel is een onopvallende gedenksteen voor hem aangebracht. Zijn reddingsactie kon niet verhinderen dat het gebouw in 1940 werd gevorderd door het leger, dat er een militaire kledingopslagplaats inrichtte. In 1943 werd het door bommen vernield; de ruïnes werden in 1958 opgeblazen.Pas in 1988 werd begonnen met de herbouw, maar die bleef uiteindelijk beperkt tot de nauwkeurige reconstructie van de imposante gevel. In de tuin erachter zijn de fundamenten van het vroegere, grote gebouw zichtbaar gemaakt; daar kun je goed zien wat het ooit is geweest. Een halve cirkel van zwart graniet markeert de plaats van de vroegere absis. Achter de enorme gevel vind je tegenwoordig alleen nog een bescheiden hal, een tentoonstellingsruimte, een zaal voor lezingen en enkele andere ruimtes: het Centrum Judaicum. Om de godsdienstige functie te behouden is onder een van de torens is een kleine synagoge met een ritueel bad ingericht.De Nieuwe Synagoge bood (en biedt) onderdak aan de liberaal joodse gemeente van Berlijn en dat betekent onder meer dat de diensten er in de Duitse taal worden gehouden, dat orgelmuziek de bijeenkomsten opluistert en dat er een gemengd koor zingt. Dat was de orthodoxe joden uit de 19e eeuw natuurlijk een doorn in het oog en zij richtten daarom in 1869 een aparte gemeente op: Adass Jisroel. Haar synagoge komt later ter sprake. Tot de opmerkelijke vernieuwers van de joodse gemeente van Berlijn rekent men o.a. Sigmund Stern en Aaron Bernstein. Die keken bij hun modernisering vooral naar hun protestantse stadgenoten. Uit de nieuwe liturgie schrapten zij daarom onder meer de klassieke teksten over bijvoorbeeld de terugkeer naar Israël; de kerkgangers droegen er niet de traditionele hoofdbedekking en de klassieke gebedsmantels werden eveneens in de ban gedaan. Mannen en vrouwen verzamelden zich in dezelfde ruimte en doen dat nog steeds. Achteraf verklaart men deze ontwikkeling vooral uit de behoefte van de Berlijnse joden om vergaand te integreren in de Duitse samenleving. Het heeft niet gebaat.

Naast de Nieuwe Synagoge was vroeger een joods museum dat de befaamde judaicacollectie van de juwelier Albert Wolf herbergde. Het opende de deuren in 1933 en het zal niemand verbazen dat het al kort daarna weer werd gesloten. Het was de tijd waarin het nationaal-socialisme opbloeide. De kostbare collectie verdween in de daarop volgende jaren spoorloos. Op het ogenblik is er een kunstgalerie waar joodse kunstenaars exposeren.

Een omgeving vol historie

De wijk rond de synagoge is een van de hot spots van Berlijn geworden: in deze buurt vind je talrijke moderne winkels, cafés en restaurants (ook niet kosjer), galeries en ateliers en andere aantrekkelijke plekken. Maar dat is niet de reden waarom we aandacht vragen voor deze buurt. Rond de Nieuwe Synagoge vond je vroeger honderden joodse culturele en maatschappelijke instellingen; de herinneringen eraan zijn hier en daar nog terug te vinden. Anders gezegd: de buurt ademt de joodse geschiedenis.Wanneer je voor de Nieuwe Synagoge staat (en met je gezicht naar het hoge gebouw) ga je linksaf en even later kruis je dan de befaamde Tucholskystrasze. Dit was het centrum van het joodse sociale leven, hier lagen voor de Tweede Wereldoorlog diverse joodse scholen, maatschappelijke instellingen, kunstcentra en joodse onderzoeksinstituten. Op de hoek domineert een imposant postkantoor. Linksaf, op nummer 9 ligt het gerestaureerde en stevig beveiligde Leo Baeck Haus uit 1907, genoemd naar de laatste rector van de ooit fameuze Hogeschool voor Onderzoek van het Jodendom. Die werd in 1872 opgericht nadat de bestaande Duitse universiteiten hadden geweigerd om dit onderwerp in hun programma’s op te nemen. De joodse hogeschool was niet alleen bedoeld om rabbi’s en dergelijke op te leiden, maar stond open voor studenten van allerlei achtergrond. Op het ogenblik is het de zetel van de Zentralrats der Juden in Deutschland en van het Jewish European Congress. Boven de hoofdingang heeft men indertijd de afbeelding een enorme leeuwenkop aangebracht, symbool van de kracht van wijsheid.Rechtsaf, op nummer 40 ligt - verscholen in de Tweede Binnenhof en niet toegankelijk - een kleine (herbouwde) synagoge: die van de al eerder genoemde Adass Jisroelgemeente. Hier komt de orthodoxe gemeenschap bijeen, die zich – zoals gezegd - in de 19e eeuw afgesplitste van de liberale Joodse gemeente van de Nieuwe Synagoge. Omdat hun oorspronkelijke gebouw zo achteraf lag is het in 1938 nauwelijks beschadigd, maar in de oorlog ontkwam het niet aan een bombardement. De ruïne werd later opgeruimd. Het enige dat overbleef was een grote davidster boven een van de poorten. Interessantste plek van deze kleine gemeente is misschien wel het koosjere Beth café aan de straat. De vegetarische schotels die er geserveerd worden, hebben volgens ons een naam te verliezen.

Onze route loopt van de Tucholskystrasze naar de Auguststrasze, tegenwoordig een bekende galeriestraat. Daar lagen ook veel onderwijs- en sociale instellingen van de joodse gemeenschap. Het nu leegstaande, rode bakstenen gebouw op nummer 11-13 was vroeger een joodse meisjesschool. Het had een daktuin van 200 vierkante meter. Het ontwerp was van Alexander Beer en de gevorderde bezoeker zal in de stijl de Nieuwe Zakelijkheid herkennen. Ernaast, op nummer 14-16 werd in 1861 het joodse ziekenhuis gevestigd, ontworpen door Eduard Knoblauch, die ook de Neue Synagoge tekende. Dit gebouw moet eveneens dringend worden gerestaureerd. Nadat het ziekenhuis in 1914 was verhuisd herbergde het gebouw een lange reeks joodse maatschappelijke instellingen waaronder het Mädchenwohnheim des Verbandes Berlin des Jüdischen Frauenbundes, een Tagenheim fur Säuglinge, het Beerdigungsgesellschaft Chewra Kaddischa, de Kochschule der Jüdische Gemeinde, het Jüdisches Kinderheim, de Nähstube fur Frauen und Mädchen, een Zahnklinik, de Orthopädischer Turnsal der Jüdischer Kinderhilfe en een Kindergarten. Voor de joodse gemeenschap is dit een van de plekken waar de shoa haar wrede gezicht duidelijk liet zien: in 1943 zijn hier onverwacht alle zuigelingen (en hun verzorgsters) uit het kinderdagverblijf weggehaald en gedeporteerd. Toen de moeders aan het einde van de werkdag met hun lege kinderwagens kwamen om hun baby’s op te halen, was er niemand meer.Voordat je aan het einde van deze straat rechtsaf de Grosze Hamburgerstrasze inslaat, zou je even de andere kant op kunnen lopen, naar de Koppenplatz. Achter een kinderspeelplaats, in een parkje staat het bronzen monument De Lege Kamer. Het is ontworpen door Karl Biedermann en Eva Butzmann uit toenmalig Oost Berlijn en herinnert aan de pogrom van 1938. Op een bronzen vloer staan een lege tafel en een lege stoel, een tweede stoel ligt omgevallen, alsof iemand geschrokken is opgesprongen. Het gedicht is van de Nobelprijswinnaar Nelly Sachs.

Terug in de Grosze Hamburgerstrasze vind je voor huisnummer 29 zes koperen plaatsjes in het trottoir, een verder: voor huisnummer 30 liggen er maar liefst negen. Dat zijn zogenaamde Stolpersteine, herinneringsplaatsjes aan de joden die van daar zijn weggevoerd (zie: kader). Een andere kunstzinnige herinnering aan het lot van de Joodse inwoners van Berlijn vind je tussen de nummers 15 en16. Midden in het neobarokke woonblok is indertijd een gat gebombardeerd en tegen de nu kale binnenmuren heeft men grote borden aangebracht met daarop onder meer de namen en beroepen van de vroegere bewoners. Deze installatie is in 1990 ontworpen door de Franse kunstenaar Boltanski en draagt als titel ‘The Missing House’.Op nummer 27 herinnert een gevelsteen aan de joodse jongensschool die hier stond. Die stamde uit 1778 en was gesticht op instigatie van Moses Mendelssohn, waarover we later meer horen; het was de eerste school in Duitsland waar openbaar en joods onderwijs waren geïntegreerd. Voor veel joden kleeft er nog altijd een smet aan omdat vanuit dit gebouw tenminste 55.000 joden naar de vernietigingskampen zijn gedeporteerd. Een bronzen monument van een groep magere mensen - ontworpen door Will Lammert - moet de herinnering aan deze episode levend proberen te houden. Tegenwoordig is hierhet Joodse gymnasium, dat open staat voor zowel Joodse als niet-joodse leerlingen. Het is opnieuw een zwaar beveiligd gebouw.Naast dit gebouw ligt de oudste joodse begraafplaats van Berlijn. Die is aangelegd in 1672 en heeft tot 1827 gefunctioneerd; in die tijd zijn er meer dan tienduizend mensen begraven; onder de enige (!) grafsteen die is overgebleven liggen de stoffelijke resten van de eerder genoemde Moses Mendelsohn, de grondlegger van het Duitse liberale jodendom.

Struikelstenen

Gunter Demnig liet in 1996 in de wijk Kreuzberg, in de Oranienstrasze (net te verwarren met de eerder genoemde Oranienburgstrasze) zgn. Stolpersteine (struikelstenen) aanbrengen in het trottoir voor huizen, waarin tot in de Tweede Wereldoorlog joodse families hadden gewoond. In de stenen zijn messing naamplaatjes aangebracht met daarop onder meer de namen van de vroegere bewoners en de data van hun deportatie. Dat idee sloeg zo aan dat je deze plaatjes nu ook in andere Berlijnse wijken vindt, onder meer in de Grosze Hamurgerstrasze. Verspreid door de stad zijn er meer dan tweeduizend. En je vindt die tegenwoordig ook in andere Duitse steden en in andere landen, onder andere in Nederland: in bijvoorbeeld Borne, Sneek en Amsterdam. Verspreid over bijna 200 gemeenten in binnen en buitenland lagen er in 2011 al meer dan twintigduizend.

Een oude geschiedenis

Het is een cliché, maar daarom niet minder waar: de geschiedenis van de joden in Berlijn is zo oud als de stad. Oorkonden en grafstenen uit de 13e eeuw maken al melding van de aanwezigheid van een joodse gemeenschap. Al die eeuwen sindsdien zijn joden op diverse momenten uit de stad verdreven, en steeds keerden ze terug.De vestiging van de moderne joodse gemeente dateert uit de 17e eeuw. In 1671 tekende keurvorst Frederik Willem 1 namelijk een edict waarin vijftig welgestelde joodse families uit Wenen toestemming kregen zich in Berlijn te vestigen. Zij waren uit Wenen verdreven. Deze vijftig families vormden de kern van de later omvangrijke joodse gemeenschap. Ze zouden gedurende enkele eeuwen een hoofdrol gaan spelen in de bloei van handel en industrie. Ook speelden ze een belangrijke rol in het culturele leven. Als grondlegger noemt men vaak de filosoof Mozes Mendelssohn, die in 1743 vanuit Dessau naar Berlijn kwam. Ook hij zou zijn verjaagd. Mendelssohn stichtte scholen en onderzoekscentra en leidde onder meer de emancipatie van de Berlijnse joden. Hij ligt begraven op het joodse kerkhof, aan de Grosze Hamburgerstrasze. Mozes Mendelssohn legde volgens de eigen geschiedschrijvers de geestelijke fundamenten voor het moderne jodendom dat in Berlijn tot grote bloei zou komen. In deze stad waren joden lang betrokken bij niet alleen banken en bedrijven, maar ze speelden ook een vooraanstaande rol in het wetenschappelijke en vooral culturele leven. Dieptepunt in de geschiedenis van de joden in Berlijn was uiteraard de shoa, de geplande vernietiging van het jodendom door de nationaal socialisten. Dat begon in 1938 en duurde tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Van de 160.000 joden die indertijd in deze stad woonden zijn er uiteindelijk ruim 55.000 vermoord. Gezien de grondige aanpak van deze actie mag het wonder heten dat nog zoveel de kans hebben gezien daaraan te ontkomen. Opmerkelijke gebeurtenis in deze shoa was de vrouwenopstand van 1943. Toen waren er in Berlijn nog 27.000 joden, die doorgaans als dwangarbeiders te werk waren gesteld. 7000 Van hen werden op 27 februari van dat jaar onverwacht opgepakt om afgevoerd te worden naar Auschwitz, dacht men. In de weken daarna demonstreerden honderden vrouwen tegen die plannen. En ze hadden succes. Later onderzoek heeft aan het licht gebracht dat het vooral mannen waren uit gemengde huwelijken (met niet-joodse vrouwen) en dat men helemaal niet van plan was hen naar een vernietigingskamp te zenden, maar dat neemt niet weg dat hier sprake was van een opvallende en dappere actie. Op het ogenblik is de Duitse gemeenschap in Berlijn nog altijd bezig om te herstellen van deze shoa. Wat je kunt zien is vooral verleden tijd. 

Boeken bestellen

Met Pensioen

o.a. bij BOL en bij Mets en Mets

en als e-book bij Mets&Mets

 

 

Late Liefde en De Erfenis:

bij Nieuw Amsterdam

noimage