Jaap Willems

berlijn

 Wandelen rond Köpenick

Als bezoekers al naar Köpenick reizen, dan gaan ze vooral op zoek naar de kapitein. En dat zal menigeen teleurstellen want veel meer dan een bronzen beeld voor het enorme stadhuis is er niet. Veel interessanter is Kietz. Dat is een (gerestaureerd) oud straatje langs de zogenaamde Frauentog, een zijarm van de Spree, met een geschiedenis die teruggaat tot 1240. In dat jaar werden er aan de rivier twee dorpen gesticht : Berlin en Cölln. Ze sloten in 1307 een verbond en dat werd de basis van een lang welvarend handelscentrum (onder meer van vis, graan en hout). Dat was Kietz.  Inderdaad: hier ligt de oorsprong van de Duitse hoofdstad! Er is niet veel overgebleven van het vroegere vissersdorp: één slaperig straatje. Een mini-openlucht museum. Boeiend!

Een bezoek aan Köpenick begint voor de meeste bezoekers bij het station van de S-Bahn, even buiten het centrum. Er gaat een directe tram naar het centrum, maar de wandeling langs de route van de Fernwanderweg is leuker. Sla op de Elcknerplatz linksaf naar de Borgmannstrasse.  Daarna de Thürnagelstrasse in en dan loop je door zo’n klassieke Duitse straat, die waarschijnlijk al tientallen jaren onveranderd is. Aan het eind ervan - aan de overkant van een drukke weg, de Seelenbinderstrasse - ligt een fraai, oud park met daarin het beekje Erpe. Volg dat langs de rood-wit-rood gemarkeerde route naar de Spree. Aan de oever daarvan heb je een fraai uitzicht op de oude stad.

Na het oversteken van de brug loop je over een aangename wandelweg langs het brede water naar het centrum. Het oude Rathaus  - waar het beeldje van de kapitein staat – kun je niet missen. Het steekt hoog boven de Altstad uit, als de kerk boven een Hollands dorp. In de lokale gidsen wordt een aantal oude gebouwen in dat centrum aangeprezen. Even rondkijken op het marktpleintje – de Schlossplatz - met daarop de kleinste brouwerij van Duitsland;  even door de hoofdstraat – Alt Köpenick -  langs het enorme Rathaus en een mooie apotheek.  Dan heb je het wel gehad. Of toch niet: kapitein Voigt. Zijn bronzen beeld uit 1996 staat op een hoek van het Rathaus.

Volgens het verhaal uit 1906 was Voigt een schoenlapper, die bij een uitdrager in Postdam een kapiteinsuniform van het eerste Garderegiment kocht en vervolgens zo goed oefende op het gedrag van de Pruisische officieren op Unter der Linden, dat het hem lukte de Schwimmschulwache  van de Plotzsee onder zijn commando te plaatsen. Daarmee trok hij op naar Köpenick, arresteerde de burgemeester en nam er de stadskas met vierduizend Reichsmark in beslag. Hij gaf de politie daarna opdracht de orde te handhaven en vertrok met zijn buit. Tien dagen later werd hij gearresteerd en tot vier jaar cel veroordeeld. Maar de keizer vond het zo’n goede grap dat Voigt na twee jaar gratie kreeg. Het verhaal van de Kapitein werd zo populair dat een Köpenickade een staand begrip werd voor schelmenstreek.

Interessanter is het gerenoveerde slot uit 1682, aan de overkant van het marktplein. Dat barokke kasteel is ontworpen door de Nederlandse architect Rutger van Langeveld. Hij bouwde het in 1682 voor keurvorst Friedrich. Op dat schiereiland in de Spree hadden eerder al diverse andere vestingen gestaan, maar het voorlaatste werd in 1677 gesloopt omdat de vorst iets beters wenste. Door oorlog, geldgebrek en het overlijden van zijn eerste vrouw, is het oorspronkelijke plan nooit uitgevoerd. De omstandigheden leken gunstig omdat Köpenick in die periode juist werd verrijkt door de komst van een groot aantal Nederlandse en Franse geloofsvluchtelingen, maar de afkeer van de nieuwe vorstin van het buitengebied, deed de plannen uiteindelijk toch stranden. Slechts een van de drie ontworpen paleisvleugels is afgebouwd. In 1682 werd er nog wel een toren aan toegevoegd en in 1685 een kapel.  Latere vorsten schijnen zich vooral bekommerd te hebben om de tuinen.Het slot is tegenwoordig een museum voor interieurs uit de Renaissance, Barok en Rococo. In 21 kamers, zaaltjes en zalen vind je tapijten en andere kleden, tafels, stoelen, spiegels en kamerschermen, kasten, klokken, vazen en serviezen uit diverse Duitse kastelen. Een van de pronkstukken is het zilveren servies uit het verwoeste Berliner Schloss, dat staat uitgestald in de beroemde Wapenzaal. Opmerkelijk is volgens de museumgids de museale combinatie van de rijk gedecoreerde ruimtes - veel plafondschilderingen, stucwerk en wandversieringen - met het meubilair uit diverse andere kastelen en huizen. Op maandagen gesloten. Als je niet zo sterk in dit soort musea geïnteresseerd bent, dan zijn de fraai aangelegde tuinen en – niet te vergeten – het zeer aangename terras aan de het water, zeker de moeite waard. Vanaf het terras heb je een goed uitzicht op het al eerder genoemde vissersdorp Kietz.  Dat is het Slavische woord voor ‘hut’.

Tot in de zestiger jaren zou nog een en ander herinnerd hebben aan het vroegere vissersdorp, maar de Oost-Duitse autoriteiten hebben die grotendeels laten slopen en vervangen door moderne flats. Slechts een klein aantal 17e eeuwse huizen heeft dat overleefd. Je vindt die onder meer in de Brüderstrasse , Am Nussbaum en dus vooral in Kietz.  Het water waaraan dit deel van het vroegere dorp ligt heet dus Frauentog.  Het zou die naam te danken hebben aan het feit dat de vrouwen vroeger- in tijden van hongersnood - in deze bocht van de Spree veel vis wisten te vangen. Ze redden daarmee de levens van hun families.Kietz is niet alleen de naam het vroegere vissersdorp, dat pas in 1898 door Köpenick werd ingelijfd, maar ook de straatnaam van het restant. In deze korte historische straat vind je nog een zevental originele visserhuisjes, vooral uit de 18e en 19e eeuw. Fascinerend. Sommige bezitten nog de stille binnenplaatsen en kleine tuinen, die vroeger kenmerkend waren voor deze buitenwoningen. De nummers 6, 8, 12 (bakkerij), 19, 21, 22 en 27 zijn gemakkelijk als zodanig herkenbaar en als je toch nog aarzelt, zijn diverse visserswoningen herkenbaar aan de afbeelding van een vis boven de deur. Tussen enkele huizen liggen nog de zogenaamde waterstegen. Die gaven en geven toegang tot de oever. De meeste zijn nu afgesloten; naast nummer 21 is er weer een opengesteld.   

Extra wandeling

Vanuit het centrum kun je weer de tram nemen naar het station van de S-Bahn, maar het is de moeite waard om - als je voldoende energie over hebt - er een wandeling aan vast te knopen: langs de Erpe naar het station van Hoppegarten. Dat is een traject van tien kilometer over in het algemeen  goed te lopen paden en wegen. Alleen kan een deel na hevige regenval drassig zijn.Hoe kom je daar? Vanaf het marktplein van Köpenick sla je linksaf en loop je een stukje over de drukke Muggelheimerstrasse. Sla de rustiger Amtstrasse in en loop door naar een grote parkeerplaats. Aan de achterzijde daarvan vind je het gemarkeerde wandelpad terug. We lopen weer even langs de Spree, moeten dan om een insteekkanaaltje heen en belanden  onvermijdelijk op de drukke Wendenschlossstrasse.  Loop langs de klassieke DDR-flats met kleurige friezen (aan de rechterkant), de Spree loopt achter een aantal buitenhuisjes aan de linkerkant. We lopen door naar de eveneens drukke Salvador-Allende-strasse en volgen die een klein stukje richting rivier. Voor de brug over de Spree daal je aan de rechterkant van de autoweg af naar het water. Daar wordt het weer rustig. Hier begint een aangenaam voetpad langs de brede rivier. Aanvankelijk loop je nog langs villa´s, later over een heus bospad. Aan het einde daarvan, waar de Spree uit de Muggelsee komt, ligt een diepe tunnel. Maar geniet eerst even van het uitzicht over het meer. Door die tunnel kom je aan de overkant, bij een (dure) Biergarten. De gemarkeerde route loopt linksaf langs een enorme brouwerij, door de Bolschestrasse  naar het gezellige centrum van Friedrichshagen, genoemd naar keurvorst Frederich ll. Via deze hoofdstraat bereik je na ruim een kilometer het station van de S-Bahn. Moe? Dan kun je hier op de trein stappen naar het centrum van Berlijn.

Nog energie over? Ga dan door de tunnel onder de S-Banh door naar het Kurpark. Door dit stadspark lopen diverse routes, maar oriënteer je op de tennisbaan aan het einde ervan. Hier verlaten we het stadsgebied van Berlijn. De merktekens van de Fernwanderweg leiden vervolgens langs een sportcasino en een enorm recreatiepark naar het dal van de Erpe. Inderdaad, de beek die we eerder volgden op weg van het station naar het centrum van Köpenick.Het smalle pad loopt nu verder stroomopwaarts langs de diepe beek. Aanvankelijk langs het steeds ruiger wordende recreatiepark, later door open land. In de verte ligt bos. Je kunt bij een brug over de beek de linker- of de rechteroever nemen. De officiële route volgt de rechter. De Erpe heet hier Neuenhagener Muhlenfliess. Het pad volgt het brede beekdal en eindigt in het minidorpje Heidemühle. Er staat inderdaad een watermolen. Daar steek je de oude, stenen brug over en gaat het pad verder door een dicht bos, waar je met een beetje geluk nachtegalen kunt beluisteren. Achter de bomen zie je af en toe nog de beek.  Je hebt nu het mooiste deel van de wandelroute achter de rug. De laatste kilometers loop je vooral langs (soms zeer fraaie) huizen en buitenplaatsen, en langs een beroemde paardenrenbaan. Via Dahlwitz leidt de route naar Hoppegarten. Van daar vertrekt regelmatig de S-Bahn naar Berlijn.   

 

Boeken bestellen

Met Pensioen

o.a. bij BOL en bij Mets en Mets

en als e-book bij Mets&Mets

 

 

Late Liefde en De Erfenis:

bij Nieuw Amsterdam

noimage