Jaap Willems

trans america

In vier weken Trans America, gevieren: Tjitske (T) en Piet(P), Marian(M) en Jaap (J)(grotendeels per auto) 

Verslag van JaapW   

Zondag 21/8: Verlaat vertrek. Tram 26 van 9.00 gemist, trein van 9.20 naar Schiphol rijdt voor onze neuzen weg. Desondanks op de geplande tijd (10.00) op het vliegveld. Je moet tegenwoordig zelf inchecken aan een soort Wegenwacht-paal, maar hulp staat in de buurt. M heeft er echter geen enkele moeite mee. Tegen de verwachting in: geen rijen voor de balie en dus ruim op tijd door de douane.Koffie met appeltaart is volgens T het lekkerst bij McDonalds; daarna de gebruikelijke extra lectuur gekocht (boekwinkels zijn niet te vermijden) en geld gewisseld.

Lees meer...

berlijn

Joods Berlijn 

 

Ondanks de shoa, die in Berlijn werd bedacht, georganiseerd en gecoördineerd, kent de stad een groot aantal zichtbare herinneringen aan het rijke joodse verleden. Er is weliswaar in die tijd erg veel vernield, maar enkele markante gebouwen hebben het overleefd en veel andere zijn gerestaureerd. De actuele kaart van joods Berlijn telt daardoor maar liefst 130 bezienswaardigheden. Buiten de joodse gemeenschap krijgen die weinig aandacht en dat is jammer.

Lees meer...

berlijn

 Wandelen rond Köpenick

Als bezoekers al naar Köpenick reizen, dan gaan ze vooral op zoek naar de kapitein. En dat zal menigeen teleurstellen want veel meer dan een bronzen beeld voor het enorme stadhuis is er niet. Veel interessanter is Kietz. Dat is een (gerestaureerd) oud straatje langs de zogenaamde Frauentog, een zijarm van de Spree, met een geschiedenis die teruggaat tot 1240. In dat jaar werden er aan de rivier twee dorpen gesticht : Berlin en Cölln. Ze sloten in 1307 een verbond en dat werd de basis van een lang welvarend handelscentrum (onder meer van vis, graan en hout). Dat was Kietz.  Inderdaad: hier ligt de oorsprong van de Duitse hoofdstad! Er is niet veel overgebleven van het vroegere vissersdorp: één slaperig straatje. Een mini-openlucht museum. Boeiend!

Een bezoek aan Köpenick begint voor de meeste bezoekers bij het station van de S-Bahn, even buiten het centrum. Er gaat een directe tram naar het centrum, maar de wandeling langs de route van de Fernwanderweg is leuker. Sla op de Elcknerplatz linksaf naar de Borgmannstrasse.  Daarna de Thürnagelstrasse in en dan loop je door zo’n klassieke Duitse straat, die waarschijnlijk al tientallen jaren onveranderd is. Aan het eind ervan - aan de overkant van een drukke weg, de Seelenbinderstrasse - ligt een fraai, oud park met daarin het beekje Erpe. Volg dat langs de rood-wit-rood gemarkeerde route naar de Spree. Aan de oever daarvan heb je een fraai uitzicht op de oude stad.

Na het oversteken van de brug loop je over een aangename wandelweg langs het brede water naar het centrum. Het oude Rathaus  - waar het beeldje van de kapitein staat – kun je niet missen. Het steekt hoog boven de Altstad uit, als de kerk boven een Hollands dorp. In de lokale gidsen wordt een aantal oude gebouwen in dat centrum aangeprezen. Even rondkijken op het marktpleintje – de Schlossplatz - met daarop de kleinste brouwerij van Duitsland;  even door de hoofdstraat – Alt Köpenick -  langs het enorme Rathaus en een mooie apotheek.  Dan heb je het wel gehad. Of toch niet: kapitein Voigt. Zijn bronzen beeld uit 1996 staat op een hoek van het Rathaus.

Volgens het verhaal uit 1906 was Voigt een schoenlapper, die bij een uitdrager in Postdam een kapiteinsuniform van het eerste Garderegiment kocht en vervolgens zo goed oefende op het gedrag van de Pruisische officieren op Unter der Linden, dat het hem lukte de Schwimmschulwache  van de Plotzsee onder zijn commando te plaatsen. Daarmee trok hij op naar Köpenick, arresteerde de burgemeester en nam er de stadskas met vierduizend Reichsmark in beslag. Hij gaf de politie daarna opdracht de orde te handhaven en vertrok met zijn buit. Tien dagen later werd hij gearresteerd en tot vier jaar cel veroordeeld. Maar de keizer vond het zo’n goede grap dat Voigt na twee jaar gratie kreeg. Het verhaal van de Kapitein werd zo populair dat een Köpenickade een staand begrip werd voor schelmenstreek.

Interessanter is het gerenoveerde slot uit 1682, aan de overkant van het marktplein. Dat barokke kasteel is ontworpen door de Nederlandse architect Rutger van Langeveld. Hij bouwde het in 1682 voor keurvorst Friedrich. Op dat schiereiland in de Spree hadden eerder al diverse andere vestingen gestaan, maar het voorlaatste werd in 1677 gesloopt omdat de vorst iets beters wenste. Door oorlog, geldgebrek en het overlijden van zijn eerste vrouw, is het oorspronkelijke plan nooit uitgevoerd. De omstandigheden leken gunstig omdat Köpenick in die periode juist werd verrijkt door de komst van een groot aantal Nederlandse en Franse geloofsvluchtelingen, maar de afkeer van de nieuwe vorstin van het buitengebied, deed de plannen uiteindelijk toch stranden. Slechts een van de drie ontworpen paleisvleugels is afgebouwd. In 1682 werd er nog wel een toren aan toegevoegd en in 1685 een kapel.  Latere vorsten schijnen zich vooral bekommerd te hebben om de tuinen.Het slot is tegenwoordig een museum voor interieurs uit de Renaissance, Barok en Rococo. In 21 kamers, zaaltjes en zalen vind je tapijten en andere kleden, tafels, stoelen, spiegels en kamerschermen, kasten, klokken, vazen en serviezen uit diverse Duitse kastelen. Een van de pronkstukken is het zilveren servies uit het verwoeste Berliner Schloss, dat staat uitgestald in de beroemde Wapenzaal. Opmerkelijk is volgens de museumgids de museale combinatie van de rijk gedecoreerde ruimtes - veel plafondschilderingen, stucwerk en wandversieringen - met het meubilair uit diverse andere kastelen en huizen. Op maandagen gesloten. Als je niet zo sterk in dit soort musea geïnteresseerd bent, dan zijn de fraai aangelegde tuinen en – niet te vergeten – het zeer aangename terras aan de het water, zeker de moeite waard. Vanaf het terras heb je een goed uitzicht op het al eerder genoemde vissersdorp Kietz.  Dat is het Slavische woord voor ‘hut’.

Tot in de zestiger jaren zou nog een en ander herinnerd hebben aan het vroegere vissersdorp, maar de Oost-Duitse autoriteiten hebben die grotendeels laten slopen en vervangen door moderne flats. Slechts een klein aantal 17e eeuwse huizen heeft dat overleefd. Je vindt die onder meer in de Brüderstrasse , Am Nussbaum en dus vooral in Kietz.  Het water waaraan dit deel van het vroegere dorp ligt heet dus Frauentog.  Het zou die naam te danken hebben aan het feit dat de vrouwen vroeger- in tijden van hongersnood - in deze bocht van de Spree veel vis wisten te vangen. Ze redden daarmee de levens van hun families.Kietz is niet alleen de naam het vroegere vissersdorp, dat pas in 1898 door Köpenick werd ingelijfd, maar ook de straatnaam van het restant. In deze korte historische straat vind je nog een zevental originele visserhuisjes, vooral uit de 18e en 19e eeuw. Fascinerend. Sommige bezitten nog de stille binnenplaatsen en kleine tuinen, die vroeger kenmerkend waren voor deze buitenwoningen. De nummers 6, 8, 12 (bakkerij), 19, 21, 22 en 27 zijn gemakkelijk als zodanig herkenbaar en als je toch nog aarzelt, zijn diverse visserswoningen herkenbaar aan de afbeelding van een vis boven de deur. Tussen enkele huizen liggen nog de zogenaamde waterstegen. Die gaven en geven toegang tot de oever. De meeste zijn nu afgesloten; naast nummer 21 is er weer een opengesteld.   

Extra wandeling

Vanuit het centrum kun je weer de tram nemen naar het station van de S-Bahn, maar het is de moeite waard om - als je voldoende energie over hebt - er een wandeling aan vast te knopen: langs de Erpe naar het station van Hoppegarten. Dat is een traject van tien kilometer over in het algemeen  goed te lopen paden en wegen. Alleen kan een deel na hevige regenval drassig zijn.Hoe kom je daar? Vanaf het marktplein van Köpenick sla je linksaf en loop je een stukje over de drukke Muggelheimerstrasse. Sla de rustiger Amtstrasse in en loop door naar een grote parkeerplaats. Aan de achterzijde daarvan vind je het gemarkeerde wandelpad terug. We lopen weer even langs de Spree, moeten dan om een insteekkanaaltje heen en belanden  onvermijdelijk op de drukke Wendenschlossstrasse.  Loop langs de klassieke DDR-flats met kleurige friezen (aan de rechterkant), de Spree loopt achter een aantal buitenhuisjes aan de linkerkant. We lopen door naar de eveneens drukke Salvador-Allende-strasse en volgen die een klein stukje richting rivier. Voor de brug over de Spree daal je aan de rechterkant van de autoweg af naar het water. Daar wordt het weer rustig. Hier begint een aangenaam voetpad langs de brede rivier. Aanvankelijk loop je nog langs villa´s, later over een heus bospad. Aan het einde daarvan, waar de Spree uit de Muggelsee komt, ligt een diepe tunnel. Maar geniet eerst even van het uitzicht over het meer. Door die tunnel kom je aan de overkant, bij een (dure) Biergarten. De gemarkeerde route loopt linksaf langs een enorme brouwerij, door de Bolschestrasse  naar het gezellige centrum van Friedrichshagen, genoemd naar keurvorst Frederich ll. Via deze hoofdstraat bereik je na ruim een kilometer het station van de S-Bahn. Moe? Dan kun je hier op de trein stappen naar het centrum van Berlijn.

Nog energie over? Ga dan door de tunnel onder de S-Banh door naar het Kurpark. Door dit stadspark lopen diverse routes, maar oriënteer je op de tennisbaan aan het einde ervan. Hier verlaten we het stadsgebied van Berlijn. De merktekens van de Fernwanderweg leiden vervolgens langs een sportcasino en een enorm recreatiepark naar het dal van de Erpe. Inderdaad, de beek die we eerder volgden op weg van het station naar het centrum van Köpenick.Het smalle pad loopt nu verder stroomopwaarts langs de diepe beek. Aanvankelijk langs het steeds ruiger wordende recreatiepark, later door open land. In de verte ligt bos. Je kunt bij een brug over de beek de linker- of de rechteroever nemen. De officiële route volgt de rechter. De Erpe heet hier Neuenhagener Muhlenfliess. Het pad volgt het brede beekdal en eindigt in het minidorpje Heidemühle. Er staat inderdaad een watermolen. Daar steek je de oude, stenen brug over en gaat het pad verder door een dicht bos, waar je met een beetje geluk nachtegalen kunt beluisteren. Achter de bomen zie je af en toe nog de beek.  Je hebt nu het mooiste deel van de wandelroute achter de rug. De laatste kilometers loop je vooral langs (soms zeer fraaie) huizen en buitenplaatsen, en langs een beroemde paardenrenbaan. Via Dahlwitz leidt de route naar Hoppegarten. Van daar vertrekt regelmatig de S-Bahn naar Berlijn.   

 

st petersburg

SINT PETERSBURG,EEN VERWARRENDE SENSATIE 

De toeristenstroom naar Sint Petersburg blijft aanzwellen (en als gevolg daarvan stijgen de prijzen er in rap tempo). Elk jaar komen er weer meer bezoekers naar deze prachtige stad, onder hen een groot aantal Nederlanders. Voor veel westerse bezoekers blijkt dat echter een verwarrende ervaring: lopend door een vertrouwd, want westers uitziende stad, ontdek je dat je er bijna niets kunt lezen en dat je bijna niemand kunt verstaan. Russische is namelijk een voor veel westerlingen onbegrijpelijke taal en weinig Russen spreken iets anders. Dat geeft menigeen een ongemakkelijk gevoel.

In andere vreemde steden zoals Parijs, Rome, Berlijn of Londen begrijp je vaak nog wel iets van de vreemde taal, ook als je die niet machtig bent. In Sint Petersburg is dat doorgaans niet het geval.  Neem een topattractie als de Hermitage. Dat schitterende paleis aan de Newa met een wereldwijd befaamde kunstcollectie is voor de vele toeristen net zo’n verplicht onderdeel van het reisprogramma als het Van Goghmuseum  in Amsterdam. Niet te missen. Het enorme gebouwencomplex – ontworpen door de Italiaan Rastrelli – oogt ook vertrouwd. Dat soort grote paleizen kennen we immers uit Frankrijk, Italië, Oostenrijk. Maar binnen blijkt dat het museum nog nauwelijks is voorbereid op de stromen buitenlandse bezoekers. Veel teksten zijn alleen in het Russisch, veel medewerkers verstaan alleen hun eigen taal en ook bij diverse informatiebalies bleek men alleen Russisch te spreken. De buitenlandse groepen worden steevast gegidst. Dat is voor alleengangers niet alleen erg lastig, maar toch ook enigszins ongastvrij.

Die geringe genegenheid de buitenlandse bezoekers tegemoet te komen, ervaar je ook elders in de stad: er is bijvoorbeeld geen toeristenbureau of VVV-kantoor, de cultuur agenda’s – ook die op internet – zijn meestal alleen in het Russisch, het hotelpersoneel stuurt je voor theater- en muziekkaartjes naar een ticket office, waar men alleen de eigen landstaal verstaat. Ongastvrij? In Nederland overdrijven we misschien met onze overbereidheid om buitenlandse bezoekers te woord te staan in hun eigen taal, maar de Russen bezetten het andere uiterste. Veel Sint Petersburgers doen vriendelijk hun best de buitenlandse toerist te helpen, maar men blijkt vaak niet in staat om met hen te communiceren. Een Engelssprekende gids – oud hoogleraar geschiedenis, maar ontslagen vanwege zijn slechter wordende ogen – verklaarde het ontbreken van Engelstalige informatie door de druk uit zijn beroepsgroep: de legertje gidsen zou dat tot nu toe met succes hebben verhinderd. 

Het dubbele gevoel bij een bezoek aan de Hermitage overvalt je ook bij een bezoek aan de eveneens schitterde Peterhof, het paleis voor Peter de Grote aan de Finse Golf. Een andere topattractie. Dat werd ontworpen door de Fransman Le Blond en verbouwd door de Italiaan Rastrelli. Zowel in de omringende Franse en de Engelse tuinen, als in het prachtige paleis voel je je enerzijds thuis omdat de architectuur duidelijk aansluit bij onze westerse smaak, maar je voelt je toch ook ontheemd omdat bijna alle teksten op bijvoorbeeld richtingaanwijzers en menukaarten alleen in het Russisch zijn. En vragen heeft ook weinig zin want de meeste andere bezoekers zijn Russen. Je ontdekt na enige tijd wel min of meer welke cyrillische tekens bij welke westerse letters horen en als je dan het Russisch voorzichtig uitspreekt, kun je soms raden wat het betekent, maar het blijft een lastige exercitie.

Dat dubbele gevoel verdwijnt bij een bezoek aan ‘echte’ Russische gebouwen zoals de kerk van de Verlosser van het Bloed en het Newsky klooster, twee andere bezienswaardigheden uit de toeristische top vijf.Hoe komt dat? Beide monumenten zijn onvervalst Russisch: de kerk is een herinnering aan tsaar Nicolaas II, die hier werd vermoord en zowel de buitenkant als de binnenkant zijn in de flamboyante oud Russische stijl uitgevoerd: met uientorens, geglazuurde panelen en kleurrijke mozaïeken, die sterk contrasteren met de westerse neoklassieke en barokke architectuur in de omgeving. Let eens op de 144 wapenschilden aan de buitengevel, die de provincies en regio’s van het Russische keizerrijk vertegenwoordigen. Prachtig.

Minder rijk, maar ongetwijfeld even authentiek is de kerk van het Alexander Newsky klooster uit 1710, buiten het centrum. Ook een topattractie. De meeste bezoekers komen er om de graven van o.a. Dostojevski en Tsjaikowsky te bezoeken op het nabijgelegen Tichvin kerkhof (Engelstalige naamboordjes!), maar ook een bezoek aan de weer in gebruik genomen orthodox christelijke kerk is meer dan de moeite waard. Die werd ontworpen door de Rus Ivan Starov en dat proef je. Er staat ergens een bordje entrace en een richtingaanwijzer naar wc; er wordt dus kennelijk rekening gehouden met buitenlandse bezoekers, maar die richtingaanwijzers zijn dan ook de enige indicatie voor het ontluikend toerisme. In het cafetaria heb je vooral handen en voeten nodig om een kop koffie te kunnen bestellen. Naar goed orthodox gebruik is er in de kerk een voortdurende eredienst en dat betekent dat je met gepaste bescheidenheid deelgenoot kunt worden van de weer opkomende religiositeit onder de Russen. Er staat achter in de kerk een souvenirwinkel, maar het is niet helemaal duidelijk voor wie dat is bedoeld. De enige klanten waren Russen; de vrouw achter de kleine kassa sprak alleen haar eigen taal. Lastig, maar dat ontmoet je ook in andere verre landen. 

De enorme Izaakkathedraal in het centrum, ontworpen door de Fransman Montferrand, lijkt een interessante combinatie van beide werelden. De buitenkant is onmiskenbaar neoklassiek en dus westers. Hoge koepels, enorme bronzen deuren, zuilenrijen van kostbare steensoorten. Het is een van de grote kerken van de wereld – volgens de Russen de grootste – en gidsen vertellen in diverse talen dat het gebouw 300.000 ton weegt en op vele duizenden heipalen staat. Bij de bouw zijn diverse nieuwe technieken toegepast waardoor de aanvankelijk weinig bekende Montferrand wereldfaam verwierf. Officieel is het nog steeds een (atheïstisch) museum, maar de rijke iconostase laat duidelijk zien dat je in een kerk bent. Ook binnen is de rijkdom overweldigend: de muren zijn uitgevoerd in veertien soorten marmer en 43 soorten halfedelstenen zoals lapis lazuli en malachiet. De plafondschilderingen van de Rus Brjoellov zijn indrukwekkend door de geraffineerde belichting en de iconostase is eveneens van een oogverblindende Russische makelij. Indrukwekkend.De teksten zijn echter opnieuw onleesbaar voor buitenlanders en geven je weer dat machteloze gevoel dat je in een stad bent, die wel westers aandoet, maar dat niet is. Het voelt vervreemd. De talrijke bezoekers zijn overigens weer vooral Russen. Een gids legde uit dat het binnenlands toerisme naar de stad minstens zo snel groeit als het buitenlandse. 

wandeling langs de Havel

    

BOSWANDELING LANGS DE HAVEL     (15 km)

 

Duitsers zijn doorgaans Naturfreunde. Berlijners zijn anders dan de andere Duitsers, maar op dit punt stemmen ze toch overeen. Als de inwoners van de hoofdstad even genoeg hebben van de drukte, dan zoeken ook zij graag de natuur op. Die is royaal voorhanden want Berlijn heeft veel groen, erg veel. Een van de populaire buitengebieden is het Grunewald. Dat is een uitgestrekt bos langs de Wannsee en de Havel aan de zuidwestzijde van de stad. Als je er doorheen loopt kun je je niet voorstellen dat het onderdeel is van een stedelijk gebied; de slordig slingerende paden tussen omgevallen bomen verwacht je eerder in een veraf gelegen natuurgebied. Dit bosgebied kreeg grote bekendheid tijdens de zgn. blokkade van Berlijn toen het een van de weinig stukken stad was waar men zich kon onttrekken aan de spanning en onrust van de Koude Oorlog.

Grunewald is ook een goed idee voor de reiziger, die na een aantal dagen slenteren langs monumenten, museumbezoek en winkelen even de rust en frisheid van de natuur nodig heeft om even bij te komen. Neem de S-bahn, stap uit op station Nikolassee en binnen de kortste tijd ben je op de zgn. Havelhöhenweg, onderdeel van het Brandenburger ‘Pieterpad.’

 

Verlaat Bahnhof Nikolassee in westelijk richting en steek de autosnelweg over via een voetgangersbrug. Er zijn er twee. Het is de bedoeling dat je de meest linker neemt, maar als je de andere treft is dat geen probleem. Volg in elk geval de borden richting Jugendherberg.

Voorbij die enorme jeugdherberg begint de bosweg. De drukte van de stad is dan snel vergeten en vergeven. De brede lindelaan loopt eerst langs een groot, klassiek Duits strandbad. Laat je niet verleiden tot een vroege pauze want de route is nog lang. Als je de weg langs het hek van dat strandbad blijft volgen, ontdek je al snel de route-markering: een rode stip met daaromheen een groene, blauwe en gele driehoekige straal. Het hek eindigt bij een oude eik op een fraai uitzichtpunt over het brede water van de Havel.

Blijf op het smaller wordende pad, dat min of meer parallel aan de oever loopt. Je kruist na enige tijd de straatweg naar het befaamde, maar onaantrekkelijke Insel Schwanenwerd. Dit eiland is vooral bekend door de vele beroemdheden die er een villa hebben. Door hun grote huizen en tuinen is de oever onbereikbaar geworden. Aan de overkant van de toegangsweg naar het eiland staat tussen de bomen een richtingaanwijzer van graniet naar de Havelhöhenweg, het mooiste stuk van deze wandeling.

Het goed onderhouden pad klimt en daalt hoog over de lichtbeboste heuvels; stenen treden en stoepen moeten fietsers ontmoedigen deze route ook te nemen. Jammer voor de mountain bikers, maar plezierig voor de wandelaar. Vanaf sommige punten – onder meer bij Das Groszes Fenster – heb je een wijds uitzicht over het brede water. Op mooie dagen wordt daar druk gezeild; in de verte kun je af en toe de Grunewaldtoren al zien staan. Beneden ontdek je hier en daar kleine jachthavens en strandjes, maar die zijn voorlopig onbereikbaar. In het open bos groeien vooral eiken, sparren en berken; omgevallen bomen laat men hier liggen. Dat oogt fraai verwaarloosd. Bijna romantisch.

Na een tijdje stuiten we op een geasfalteerde weg: de Havelchaussee. Die volg je over een parallelweg aan de linkerkant onder oude eiken, tot aan een bushalte; aan de overkant gaat dan het pad van de Höhenweg verder, nog steeds goed herkenbaar aan de rode stip met groene, blauwe en gele stralen. Het klimt omhoog en slingert daarna opnieuw langs heuvels en dalen en biedt weer fraaie uitzichten over de Havel. In de verre verte duikt soms de stad even op. Dat is de wijk Spandau. Hier en daar heeft men treden gemaakt om de helling beloopbaar te maken en dan is het even inspannend.

Wanneer je opnieuw de asfaltweg bereikt steek je weer over en volgt die weg ongeveer 300 meter via een fietspad aan de linkerkant. Wanneer je aan de overkant een dichtgegroeide toegang ontdekt (naar de hier kennelijk verwaarloosde Havelhöhenweg) daal je linksaf via een van de  paden af naar de oever. Je bent dan aan de Lieper Bucht, een populair recreatie- en watersportgebied met kleine stranden, oude wilgen en romantische baaien met hoge rietkragen. Het kan hier druk zijn, maar het is een plezieriger pauzeplek dan het doorgaans volle terras van de Grunewaldtoren

Verder langs de kust lopend bereik je na enkele honderden meters opnieuw de trappen van de Havelhöhenweg, weer goed voorzien van kleurige merktekens. Het pad klimt hierna 80 meter omhoog naar de Karlsberg waarop de Grunewaldtoren staat. Er lopen hier zoveel paden dat je de route gemakkelijk kwijtraakt, maar dat is opnieuw geen probleem: alle klimmende paden leiden naar de toren.

Je bent nu ruim halverwege de wandeling. Grunewald toren is een prima plek om te pauzeren als je het niet vervelend vindt om je koffie of fris te drinken tussen groepen toeristen die met bussen zijn aangevoerd. Het uitzicht over het grote water van de Havel is opnieuw ogenstrelend, vooral vanuit de hoge toren. Op de straat die erlangs loopt is een bushalte voor de wandelaar, die vindt dat het mooi is geweest. In beide richtingen bereik je snel een S-Bahnhof.

 

Het tweede deel van de wandeling is gemakkelijker: de wegen zijn breder en er zijn minder hoogteverschillen. Wanneer je ook dit tweede deel wilt lopen, steek je de weg over en ga je voorlangs de hoofdingang van het Gaststatte Waldhaus – met een rustiger terras dan de toren - opnieuw een breed bospad op. Dit bos is veel dichter dan het vorige. Na ruim een halve kilometer (volgens de Duitse wandelgids, het lijkt meer) bereik je een ingewikkeld kruispunt: vlak voor dat kruising komt van rechts een pad dat je moet negeren; op de kruising (met een granieten wegwijzer aan je rechterhand) sla je linksaf en dan na 20 meter weer rechtsaf. Dat pad leidt naar een groot boswachtershuis achter hoge hekken.

Voor het huis sla je linksaf. Aan het eind van het hek ga je tussen twee stenen paaltjes door een smal pad op, dat langs een omheind natuurgebied loopt. Het wordt snel weer breder en gaat even later het beschermde natuurgebied Saubucht binnen. Waarom dit terrein speciaal is afgeschermd is niet duidelijk. Je passeert enkele schuilhutten en na een tijdje een grote zwerfsteen, bij de splitsing erachter ga je als vanzelfsprekend rechtsaf.

Je blijft het brede bospad volgen, negeert enkele zijpaden. Het bos is hier opnieuw niet erg opwindend, maar wel aangenaam stil. Op dit deel van de route kom je overigens wel af en toe fietsers tegen, vaak Nederlanders. Na een tijdje ontdek je drie kleinere zwerfstenen en op dat punt zie je even verderop een wegkruising met een wegwijzerbord. Die kruising steek je recht over. Het pad leidt daarna naar Teufelsee, die je na enkele honderden meters links in de diepte ziet liggen. Ook dit meertje is een populair recreatiegebied (o.m. met een naaktstrand). Je loopt langs het water richting het natuurbeschermingscentrum Okowerk Teufelsee. Dat is goed herkenbaar aan een hoge witte toren. Loop verder langs het hek.

Vanaf de parkeerplaats achter dit educatieve centrum lopen diverse paden naar de ruim 500 meter hoge Teufelsberg, opgebouwd uit oorlogspuin uit de Tweede Wereldoorlog. Het beklimmen van die heuvel vergt enige inspanning, maar is de moeite waard. Vanaf de kale top heb je namelijk een groots uitzicht, nu over de stad. De diverse afdalingen gaan weer richting stad; ze komen uit op een parkeerplaats aan de Teufelseechaussee. Je kunt via deze rustige (lokale) verkeersweg je route vervolgen richting bebouwing, maar het is plezieriger om dat via een parkpad te doen dat 50 meter verder aan je linkerhand begint. De wandeling eindigt (voor ons na ongeveer vijf uur) bij het S Bahnstation Heerstrasze.


De Grunewaldtoren 

Dit is een van de historische torens van Berlijn. Ze werd in 1899 gebouwd naar een ontwerp van de architect Franz Schwechten. De gemeente Teltow - nu een Berlijnse wijk - gaf opdracht tot de bouw ervan bij de herdenking van de honderdste geboortedag van keizer Willem 1. De 55 meter hoge bakstenen, neogotische toren droeg aanvankelijk dan ook zijn naam. Pas na de tweede wereldoorlog kreeg het toen al populaire uitzichtpunt de naam Grunewaldturm, naar het gelijknamige bos.

Op oude prenten, zoals een houtsnede uit de werkplaats Otto Ebel, is goed te zien dat het druk versierde bouwwerk vroeger op een open plek lag waardoor de vele ornamenten, bijtorens, trappen en terrassen goed zichtbaar waren; nu sta je er plotseling voor en moet je enige moeite doen om het complex goed op de foto te krijgen. Het beste overzicht heb je vanaf de parkeerplaats; aan de andere kant belemmert een groot restaurant annex biertent de onbelemmerde blik op met name de monumentale onderkant van het bouwsel.

In de hoge hal van het basisgebouw staat een witmarmeren standbeeld van de keizer onder een neogotisch gewelf met mozaïekversieringen. Mooi? Een kwestie van smaak. De drukke versieringen zijn in elk geval wel kenmerkend voor een interessante periode uit de Duitse architectuur. Vergelijkbare bouwsels vind je op diverse plaatsen in Berlijn en in veel andere Duitse steden.

De Grunewaldturm is dus alles behalve uniek, maar desondanks de moeite waard omdat het een markante punt is op deze wandeling. En het uitzicht is misschien wel bijzonder. Via een lange trap kun je omhoogklimmen naar een platform, dat wijds uitzicht biedt over de diep gelegen Havel en de beboste heuvels, waar je eerder overheen bent gelopen en de bossen richting stad die nog op ontdekking wachten.

 

(met afbeelding van bouwtekening/ via internet)

 
 Keizertijd 

Grunewald was in de 19e eeuw een geliefd jachtgebied van de Pruisische adel. Op een plaquette aan de landzijde van de toren wordt Willem 1 weliswaar nog als koning betiteld, maar het vorstenhuis zelf was die fase al voorbij en noemde zichzelf keizerlijk. …..

.

  

      .

la palma

 

Twaalf dagen regen op La Palma

 

Je kent dat wel: slechte zomer achter de rug en nog vakantiedagen over. Nog even naar de zon. De Canarische eilanden lijken zonzeker, maar La Palma is dat alles behalve.

  Het begin is al weinig bemoedigend: vlak voor aankomst meldt de pilote dat het niet zeker is of we wel op La Palma kunnen landen. Het kleine vliegveld ligt onder een laaghangend  dik wolkendek en ze heeft een waarschuwing gekregen voor sterke grondturbulentie. En inderdaad, vlak voor de landing maakt ze een doorstart. We gaan naar Tenerife, om bij te tanken. Daarna zal ze het nog twee keer opnieuw proberen, meldt ze laconiek. Twee uur laten staan we alsnog op La Palma aan de grond. Het regent.

De hostess die ons geduldig heeft opgewacht legt glimlachend uit dat de vooruitzichten niet gunstig zijn want het is zuidenwind. Die houdt vaak een tijdje aan. Ze krijgt helaas gelijk en het natte weer is kennelijk niet uitzonderlijk want tot de vaste inventaris van ons fraaie appartement behoort een grote paraplu! Die hebben we diverse keren nodig: 12 van de 14 dagen regent het of is er grote kans op een bui. En het kan op La Palma ook erg hard waaien. Als we naar een van de jonge vulkanen in het zuiden gaan - waar het minder regent - wordt de wandeling over de kraterrand dringend ontraden omdat dit te gevaarlijk zou zijn. Het waait windkracht zeven. Later in de week doen we een geslaagde tweede poging; de wind is dan naar het oosten gedraaid en dat is minder heftig.

Toch komen er het hele jaar door tienduizenden toeristen naar La Palma, vooral wandelaars. Nederlanders en Duitsers zijn sterk oververtegenwoordigd. Wat vinden zij van dit sombere weer? Regen of wind: dagelijks trekken grote groepen lopers over een van de vele tientallen wandelroutes. La Palma meet slechts 28 bij 47 kilometer, maar heeft ruim 3000 km wandelpad in diverse moeilijkheidscategorieën. Veel wandelaars trekken er individueel op uit, anderen gaan mee met een van de vele excursies van de Nederlandse wandelorganisatie ter plekke: Natour.

Natuurlijk regende het niet continu. Twee dagen scheen de zon echt en vaak regende het niet voortdurend en was het alleen zwaar bewolkt. Door die bewolking zat de top van de fameuze Caldera vulkaan (2500 meter) meestal in de mist, behalve die ene dag, dat wij met een Natourgroepje over de hoge rand liepen!

De gids vertelde onder meer dat de weersomstandigheden op La Palma erg snel kunnen wisselen: ‘Je beleeft hier soms vier seizoenen op een dag.' De weergoden illustreerden zijn uitspraak onmiddellijk met een radicale weersomslag: van het ene moment op het andere stak er een harde wind op die ijskoude wolken over de rand joeg. De temperatuur daalde in rap tempo tot ruim onder de tien graden. Gelukkig waren we hiervoor gewaarschuwd, maar het was toch dusdanig onaangenaam dat de gids per gsm de bus opriep om eerder naar een afgesproken punt te komen.

Spannende ervaring. Dat wel.

            Een kritische vraag aan de hostess over het sombere weer wordt glimlachend gepareerd. ‘We adverteren met het zonovergoten Tenerife en met het groene La Palma. Hoe wordt zo'n eiland groen?'

Boeken bestellen

Met Pensioen

o.a. bij BOL en bij Mets en Mets

en als e-book bij Mets&Mets

 

 

Late Liefde en De Erfenis:

bij Nieuw Amsterdam

noimage