Jaap Willems

staar

 

Iedereen boven

de 50 heeft staar

 

"Ga maar eens vragen in de winkels voor verlichting: vijftigers kopen massaal nieuwe, sterkere lampen. En vijftigplussers klagen allemaal over te kleine letters. Staar hoort bij het ouder worden. Maar het is gemakkelijk te verhelpen: plaatsen van een nieuwe lens is een routine-operatie. We doen dat duizenden malen per jaar."

Dat zei de oogarts.

Maar de praktijk was minder gewoon.

 Vijftigplussers kennen het (alhoewel niet iedereen het zal toegeven): de teksten van richtingaanwijzers op stations en langs de weg worden moeilijk leesbaar, onderschriften op televisie verdwijnen te snel, krant lezen vraagt om steeds meer licht, je moet turen op het computerscherm om een e-mail te kunnen ontcijferen of de code van de bankoverschrijving in te invullen. Op naar de optometrist voor weer een nieuwe bril.

 Een opticien wil uiteraard graag verkopen, maar die van mij verzuchtte na enkele meetpogingen dat hij er "niets meer van kon maken." Weinig empatisch voegde hij er aan toe dat ik in het beste (...) geval staar had. Het adviseerde indringend om op korte termijn een oogarts te consulteren en omdat de ziekenhuizen lange wachtlijsten hebben, kreeg ik alvast het adres van een prive-kliniek in de buurt. De brillenverkoper verzekerde me geen enkel persoonlijk belang te hebben bij dat bedrijf.

Wachtlijsten? Zoiets controleer je natuurlijk. De afdeling oogheelkunde van het Academisch ziekenhuis bleek inderdaad een wachttijd van ruim een jaar te hanteren en ook enkele perifere ziekenhuizen lieten weten mij niet op korte termijn te kunnen helpen. Bij de prive-kliniek Oogheelkunde Rijswijk kon ik binnen 14 dagen terecht.

 De dependance ligt op een bedrijventerrein buiten Warmond en heeft weinig allure; het maakte duidelijk dat je in een ander domein van de gezondheidszorg terecht komt. Geen trots complex met een royale entree, maar een zakelijke bedrijfsgebouw dat ook een showroom van keukens zou kunnen huisvesten.

De bedrijfsmatige aanpak manifesteerde zich ook in de effcientie: binnen tien minuten werd ik binnengeroepen bij een assistente die lenssterkte en oogdruk mat en voordat ik de kans kreeg iets te lezen, riep een tweede me op om mijn algemene conditie door te nemen. Vergelijk dat eens met een gewoon ziekenhuis.

De vrouwelijke oogarts nam ruim de tijd voor haar consult, waardoor je op haar iets langer moest wachten. Ze informeerde instemmend naar mijn klachten, onderzocht daarna beide ogen grondig met onder meer een fel lampje en mompelde daarbij onverstaanbare bevindingen. Daarna zei ze professioneel aarzelend dat mijn beide ogen niet optimaal waren.

"Ik heb staar?" vroeg ik naar de bekende weg.

Ze reageerde opgelucht: het woord was gevallen. Maar de rest van het oog ziet er prima uit vulde ze haastig aan. Ze keek nog een keer en herhaalde dat het netvlies en hoornvlies in uitstekende conditie waren en dat leek haar oprecht genoegen te doen: "Daar ben ik erg blij mee."

"Alle mensen boven de vijftig krijgen staar" legde ze uit, "maar bij bijna iedereen zit dat voorin de lens. Dan ontwikkelt het zich heel geleidelijk. U hebt helaas een bijzonder vorm, die zit achterin en die ontwikkelt zich snel."

Dat kostte in korte tijd inderdaad twee optimetristbezoeken. Een van de assistentes had zojuist vastgesteld dat mijn gezichtsvemogen rechts nog maar 20 procent was. En het andere ook was ook niet best.

"Maar het is gelukkig gemakkelijk te verhelpen" vertelde de oogarts monter. "We geven u een nieuwe lens en dan ziet u weer als een  jongeling. Dat is een routine-operatie. Doen we duizenden malen per jaar."
Ik mopperde dat ik met zo'n kunstlens wel mijn accomodatievermogen verloor en daarop  schoot zij in de lach. Legde verontschuldigend uit dat mensen boven de veertig niet meer accomoderen; "maar bijna niemand weet dat."

Ze vertelde vervolgens hoe simpel zo'n operatie is: de oogchirurg maakt onder een microscoop een klein sneedje in het kapsel waarin de lens zit; de vertroebelde lens wordt daarna ultrasoon gefragmenteerd en eruit gezogen. Vervolgens duwt hij de nieuwe lens opgerold door dat sneedje in de dan lege lensruimte; daar ontvouwt die kunstlens zich en dan is de operatie klaar. De hele ingreep duurt ongeveer een kwartier en wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. Het kan ook onder volledige anesthesie, maar daarvan is zij geen voorstander.

"We doen dat in Rijswijk in vier operatiekamers, de een na de ander" legde ze trots uit. "Per jaar zijn dat er dus vele duizenden. De kans op complicaties is verwaarloosbaar, maar we kunnen uiteraard geen garantie geven. U moet een verklaring tekenen waarin staat dat u daarmee bekend bent."

Mijn waardering voor de techniek hoorde ze welwillend aan en voegde er aan toe dat zij dit werk zelf niet meer deed. Te oud. Het is zulk fijntechnisch geworden dat je dit aan de jongelui moet overlaten, verduidelijkte ze.

Ze had overigens liever dat ik nog even wachtte met de ingreep totdat het andere oog er ook aan toe zou zijn; dan zouden beide ogen in een keer vernieuwd kunnen worden. Legde uit dat elke operatie en elke narcose, ook een plaatselijke, toch een zeker risico inhield en dat wilde ze graag minimaliseren. Ik realiseerde me gelijk dat ik daarvoor niets voelde: als het fout gaat zou ik dan beide ogen kwijt zijn. Maar dat zei ik niet.

"Als u in het verkeer narrow escapes krijgt, is het tijd voor die operatie. Dan kunt u zich weer melden," zei ze daarna opgewekt.

 Winegums

 Eerder dan verwacht was het zo ver en er was geen narrow escape op de weg voor nodig geweest. Door de snelle vertroebeling van het rechteroog bleken  mijn hersenen niet meer in staat een bruikbaar beeld te componeren uit hetgeen de beide ogen doorgaven. Het lezen van mijn computerscherm werd onmogelijk en daarmee het maatschappelijk functioneren. Wat is een moderne mens nog zonder computer?

De vrouwelijke oogarts verwees me naar Rijswijk waar het medisch vooronderzoek en de operatie zouden plaatsvinden. Vooraf moest ik dus wel even een verklaring tekenen waarin ik aangaf bekend te zijn met het feit dat de operatie kon mislukken. De kans daarop is volgens haar verwaarloosbaar, maar de particuliere kliniek nam desondanks geen enkele zakelijk risico.

 Op weg naar dat vooronderzoek kon ik de verleiding niet weerstaan en at een puntzak winegums leeg. Heerlijk, maar de gevolgen waren minder plezierig.

Onderdeel van dat onderzoek is een bloedanalyse en door die zak winegums had ik een bloedsuikerspiegel van 16. Bij normale mensen ligt die tussen de vier en de zes en dat betekende dat mijn huisarts eerst moest vaststellen of ik toch geen diabeet was. In dat geval was de operatie onzeker?

Tijdens zo'n vooronderzoek wordt verder een hartfilmpje gemaakt en meet men de lens op. Ieder mens heeft zijn eigen lensvorm en die probeert men zo goed mogelijk te benaderen. Bovendien is het mogelijk te kiezen voor ver- of bijziend. Bijna iedereen kiest voor verziend (en heeft dus nog wel een leesbril nodig), maar het kan ook anders. Mensen die erg veel lezen kunnen een lens krijgen waarmee ze dat zonder bril kunnen doen (en zij hebben dus een bril nodig in bij voorbeeld de auto). De vanzelfsprekendheid van die keuze is kennelijk zo groot dat het mij niet werd gevraagd. Wel legde deze assistente uit dat het vaststellen van lensvorm en lenssterkte zo pijnlijk is dat je zonder plaatselijke verdoving tegen het plafond zou gaan.

Waarom dat bloedonderzoek? En dat hartfilmpje? De oogarts legde geduldig uit dat een particuliere kliniek geen ziekenhuis is en dat er bij complicaties eerst een ambulance moet komen. En waarschijnlijk is zo'n privekliniek ook kwetsbaarder; althans dat denkt men.

Na het vooronderzoek kreeg ik een recept voor diverse soorten oogdruppels (voor en na de operatie te gebruiken). Waarom gaven ze in de oogkliniek niet gewoon die druppels mee? Nu moet iedereen naar zijn of haar eigen apotheek, met alle daaraan gekoppelde administraties. Een afspraak met de landelijke organisatie van apothekers?

Nu de operatie in het nabije verschiet ligt, dringt zich enige nervositeit op. Het is een routineoperatie, maar toch. Je tekent zo'n verklaring niet voor niets. Het kan fout gaan. En iedereen zegt wel dat het een pijnloze operatie is, maar de pijngrenzen van mensen zijn erg verschillend. En zo'n oogarts doet dat dan wel dagelijks, maar voor jou is het de eerste keer. 

 Snel

 De staaroperaties in de kliniek van Oogheelkunde Rijswijk worden uitgevoerd in een kantoorgebouw waarin ook een afdeling van Defensie is gehuisvest. In de wachtkamer zat die ochtend een fiks aantal oudere koppels te wachten, doorgaans mannen en vrouwen, maar ook moeders en dochters, buurvrouwen, vriendinnen. Het was druk: patienten werden opgeroepen en keerden na korte tijd terug, opgelucht of aangeslagen en steeds met een afgeplakt oog. Steevast reactie: het viel enorm mee.

Het toilet werd druk gebruikt (de folder waarschuwt tegen het risico van toiletbehoefte tijdens de ingreep) en er waren niet veel mensen die de koffieautomaat dorsten te benutten, ondanks het aandringen van de secretaresse.

 Mijn beurt. Ondanks de bescheidenheid van de ingreep bleken de voorbereidingen omvangrijk. In een soort voorkamertje werd ik eerst in een grote operatieschort gewikkeld en ik kreeg een operatiemuts op en overschoenen aan.

In de volgende kamer wachtte de anesthesioloog. Hij kondigde aan dat we geen vrienden zouden worden, maar dat de verdovingsprik desondanks zou meevallen. Niet bemoedigend. Afgezien van het feit dat het aangaan van vriendschappen bij de meeste mensen toch enige tijd vergt, deed zijn opmerking het ergste vrezen. Maar het viel inderdaad mee: de naald die in je wang wordt gestoken, op weg naar je oog, is of erg dun of wordt erg vakkundig gehanteerd of alletwee. Dat deed in elk geval geen pijn. De anesthesioloog had gevraagd onmiddellijk te reageren als ik iets voelde; dan zou hij vaart minderen. De prik in de oogbol was niet helemaal pijnloos, maar niets in vergelijking met menige tandartseningreep. En toen was het ergste achter de rug, zei hij.

Ik had om een roesje, een dormicum gevraagd om een en ander niet al te wakker mee te hoeven maken. Dat kon ik krijgen als ik er op stond, maar hij gaf het liever niet: om in contact te kunnen blijven. Waarom? Ik mijn arm zal inmiddels een infuusnaald. Wat moest daar eventueel op worden aangesloten? Extra verdoving of iets anders dat ik mogelijk nodig zou hebben, antwoordde hij nogal crypisch.

De omgeving van het te opereren oog werd daarna grondig gereinigd ("gepoetst") en met een rubber kussentje oefende hij extra druk uit om het anestheticum goed te verspreiden en toen was het koffietijd.

 Mijn rechteroog was inmiddels gevoelloos en verlamd. Vooral dat laatste is een vreemde ervaring: je oog niet meer kunnen bewegen. Heb ik wel kunnen kijken? Toch een beetje angstig.

De secretaresse kwam nog even controleren of ik de juiste persoon was voor de geplande operatie en of men het juiste oog op het oog had. Alles klopte.

En toen was ik alleen. Om de tijd te doden bladerde ik door mijn papieren en daar stond onderstreept: dochter van patient is arts! En: alleen te opereren door chef de clinique.

Later zou mijn dochter uitleggen dat dit algemene ziekenhuispraktijk is omdat patienten die arts zijn of een arts in de nabije familie hebben, doorgaans lastig zijn. Ook patienten die wetenschapper zijn, krijgen zo'n waarschuwing mee in hun status.

Ik had de anesthesioloog uitgelegd dat ik enigszins claustrofobisch ben en daarom niet met verlangen uitzag naar de geplande groene operatiedoek over mijn gezicht. Hij had alle begrip, maar dat was onvermijdelijk. Hij zegde echter toe dat ze een tentje zouden maken zodat ik aan een kant zou kunnen wegkijken.

De koffie was op en de chirurg kwam even kijken wie de volgende was. Twee assistenten hielpen me daarna op een soort tandartsenstoel en bedekten me met een groen operatielaken. Mijn hoofd werd met dikke tape gefixeerd. Niet hinderlijk? Alsof ik enige keus had! Om me heen stond erg veel apparatuur (van de anesthesioloog?), boven me hing een grote microscoop voor de chirurg en en een enorme operatielamp die zoveel licht gaf, dat me het zicht op de rest van het plafond werd ontnomen. Op de achtergrond speelde radio drie.

De voorbereidingen leken eindeloos, maar eindelijk voelde ik de handen van de chirurg op mijn voorhoofd steunen: de operatie begon. De anesthesioloog informeerde naar mijn welbevinden en ging in een ademteug door met een onbegrijpelijk gesprek met een van de assistenties. Ging het over squash? Merkwaardige indruk: een van de twee OK-assistentes leek de regie te voeren. Zij gaf aanwijzingen, stelde vragen en somde allerlei getallen op.

 Ik voelde dat de chirug een sneetje maakt aan de onderkant van mijn oog (aan de onderkant van het zakje waarin de eigen, troebele lens nog zat), maar dat deed inderdaad geen pijn. En als ik al iets had kunnen zien door het rechter oog, was dat door de korte afstand waarop de chirurg werkte waarschijnlijk toch onmogelijk geweest.

Met mijn andere oog kon ik vanuit mijn operatietentje wel van alles zien: veel blinkend apparatuur en de anesthesioloog die regelmatig vroeg hoe het met me ging, de beide assistentes en een schaal glimmende instrumenten..

Ik voelde hoe de chirurg iets in mijn oog deed (de oude lens fragmenteren en vervolgens wegzuigen). Dat was vooral vreemd: iemand deed iets in mijn gezicht, maar ik kon dat niet goed lokaliseren. Mijn oog was niet meer van mij. Alleen de steunende handen van de operateur op mijn voorhoofd waren duidelijk waarneembaar.

En toen verschenen plotseling ringen in het overbelichte beeld en ik realiseerde me dat de nieuwe lens er nu waarschijnlijk in zat. De anesthesioloog kondige inderdaad aan dat ze klaar waren. Was het niet meegevallen?

Een van de assistentes haalde de hoofddoek weg, maakte de tape los en plakte het geopereerde oog af. Dat moest 24 uur blijven zitten om het operatiewondje te beschermen. Daarna zou ik een week lang snachts een plastic kapje moeten dragen om te voorkomen dat ik mijn oog zou wrijven. ("Dat doet iedereen."). Als dat onverhoopt toch zou gebeuren, in die eerste week, moest ik onmiddellijk met de kliniek bellen, ook snachts.

De anesthesioloog en een van de assistentes ondersteunden me op de terugweg naar het voorkamertje, waar ik weer uitgepeld zou worden. De volgende patient zat in operatiekleding te wachten en kreeg nu alle aandacht: "Dag meisje, hoe gaat het?" Ze was zeker zeventig.

 De assistente had het verband scheef aangebracht zodat ik er langs kon kijken: wat een licht! Wat een kleuren! Wat een schept beeld: en wat heeft mijn partner leuke rimpeltjes.

Je went kennelijk aan het langzaam vergrijzen van je wereldbeeld want ik had me nooit gerealiseerd dat ik zoveel kleur, zoveel details was kwijt geraakt. Nu overviel me de kleurenpracht van de boekenkast, van enkele schilderijen van Jacques Tange, van een bos bloemen. En wat was de zon fel en waarom hadden we zulk scherp licht in huis?

Waarom had ik dit niet veel eerder laten doen?

 Toen ik de volgende dag (...) op controle kwam, kon de oogarts vaststellen dat de operatie prima was geslaagd. Het miniscule wondje oogde gaaf. De eerste test leerde dat ik nu met het geopereerde oog 80 procent zag en dat betekende dat ik er binnenkort weer 100 mee zou kunnen zien. Maar dat zou waarschijnlijk problemen opleveren, waarschuwde zij. Waarom?

Mijn hersenen moesten zich aanpassen aan een totaal nieuwe situatie en dat zou enige tijd vergen. Ze hadden jarenlang het beeld van een matigziend linkeroog moeten combineren met dat van een slechtziend rechteroog en daarvan een bruikbaar beeld gemaakt; nu was dat slechtziende rechteroog plotseling erg goed en moesten diezelfde hersenen een totale nieuwe combinatie gaan maken. Dat veroorzaakte nogal eens hoofdpijn, wist ze, en soms ook vervormde beelden. In elk geval zou dat voorlopig een onrustig beeld opleveren.
Maar dat was tijdelijk.

Oogarts: "En nu zult u ontdekken hoe slecht u ziet met het linkeroog waarop u vroeger bijna volledig moest vertrouwen. Over enkele maanden zien we elkaar weer."

 

 

Boeken bestellen

Met Pensioen

o.a. bij BOL en bij Mets en Mets

en als e-book bij Mets&Mets

 

 

Late Liefde en De Erfenis:

bij Nieuw Amsterdam

noimage