Jaap Willems

sportschool

Interview met Life & Kicking baas Patrick Verdoorn

 

 

KICK FUN is niet macho 

 Op de grote ramen van het IJburgse Fitness Centrum Life & Kicking staan termen zoals Kick Fun en Combat Fit; achter het glas hangen bokshandschoenen in de aanbieding, maar binnen vertelt eigenaar Patrick Verdoorn dat zijn sportschool alles behalve macho is. Een term zoals ‘kick fun’ moet ik anders begrijpen: het is een ladysport. De meeste deelnemers zijn allochtone vrouwen, die niet gewend is om gemengd te sporten, vertelt hij glimlachend. In samenspraak met het bureau Sport van het Stadsdeel heeft hij dit programma opgezet om die vrouwen in beweging te krijgen. Het is de bedoeling dat ze na verloop van tijd zelfstandig aan een van de andere fitness activiteiten gaan deelnemen.

 Oud-marinier Patrick Verdoorn (35 jaar) is gegrepen door zowel de sport als door sociale betrokkenheid. Eerst over de sport. Hij zegt: ‘Ik had twee dromen. Ik wilde kikvorsman worden en ik wilde een eigen sportschool, die iets zou betekenen voor de buurt.’ Op zijn zeventiende werd hij beroepsmilitair, bij het korps mariniers. Hij zou er 13 jaar blijven en was onder meer betrokken bij activiteiten van de Special Forces. Hij wil daarover niet veel vertellen. Bij het korps Mariniers kreeg hij zijn gedroomde opleiding tot kikvorsman. ‘Mijn voorliefde voor de sport heb ik bij dat korps uiteraard ruim kunnen uitleven. Dat werk eist dat je in topconditie bent en dat betekent natuurlijk dat fysieke activiteiten een hoge prioriteit hebben.’

 In 2006 was zijn laatste missie en daarna vestigde de geboren Rotterdammer Patrick Verdoorn zich in Amsterdam, op IJburg. Daar realiseerde hij zijn tweede droom: een eigen sportschool.

Waarom een sportschool? Patrick: ‘Sport vult mijn leven, vanaf jongsaf heb ik er altijd veel aan gedaan, vooral aan vechtsporten, maar ook aan bijvoorbeeld rugby. Via een sportschool kun je niet alleen je voorliefde voor de sport uitleven, maar ook iets voor andere mensen betekenen. Geloof het of niet, maar ik ben op IJburg begonnen omdat daar vraag was naar activiteiten voor kinderen!’

           Kinderen

 Life & Kicking behoort nu tot de grote sportscholen van Amsterdam. Patrick is kleiner begonnen, maar toen er vraag ontstond naar meer activiteiten voor de vele kinderen op IJburg breidde hij zijn sportschool uit tot de huidige forse omgang van 2300 vierkante meter. Het complex tussen de Eva Besnyostraat en de jachthaven omvat nu niet alleen de klassieke fitness zaal met allerlei sporttoestellen, maar ook aparte zalen en zaaltjes voor onder meer boksen en andere vechtsporten, voor groepslessen zoals yoga, voor dans en voor de kinderopvang. Hij vertelt: ‘Life and Kicking heeft vier groepen activiteiten: de klassieke fitness, die ruim tweeduizend leden heeft getrokken; de kinderactiviteiten, vooral streetdance, drama en ballet; de budosporten zoals kick boxing en judo en de naschoolse opvang. Een groot deel daarvan heb ik uitbesteed aan sportverenigingen of aan aparte stichtingen. De kinderopvang wordt bijvoorbeeld verzorgd door UnikidZ, de vechtsporten door de judovereniging.’ Hij vergelijkt het met de Bijenkorf: veel kleine shops in een grote shop.

Die vechtsporten bezorgen Life & Kicking soms een macho-imago erkent Patrick Verdoorn, maar hij blijft benadrukken dat dit ten onrechte is. Boksen heeft volgens hem vooral een slechte naam gekregen door de gala’s, maar hij noemt het een mooie sport en zeker niet alleen iets voor mannen. ‘Zoals ik al zei: op ons kick fun lessen vind je vooral vrouwen. Wat doen die tijdens die lessen? Op een muziekritme slaan die tegen zware leren zakken en dat is erg goed voor hun conditie.’

Veel deelnemers, een grote sportschool: een succesvolle onderneming! Dat beeld moet je volgens Patrick Verdoorn nuanceren. Hij zegt: ‘Het is zweten om het hoofd boven water te houden. De huren op IJburg zijn zeer hoog en ik heb twintig mensen op de loonlijst en nog eens twintig in dienst als free lancer. Het blijft spannend of we het redden.’ Volgens hem geldt dat voor veel bedrijven op IJburg, voor diverse ondernemingen zal het komende tijd erop of eronder worden. Als belangrijkste oorzaak noemt hij niet de tegenvallende groei van het aantal inwoners, maar de extreem hoge huurprijzen.

Het zit hem ook wel dwars dat veel mensen hem een ‘snelle, succesvolle commerciële jongen’ noemen; hij doet dit werk vooral graag omdat hij daardoor iets kan betekenen voor andere mensen, zegt hij met nadruk. Andere ondernemers op IJburg bevestigen dat en betitelen hem als een ‘sociaal ondernemer.’

 Sociaal

 Als voorbeeld van het sociale gezicht van Life & Kicking noemt Patrick Verdoorn graag zijn stichting Care 4 Society. Hij zegt: ‘Die heb ik in 2007 opgericht, in samenspraak met het projectbureau en met CIVIC, om een vangnet te creëren voor jongeren die tussen de wal en het schip dreigen te vallen. Jongens en meiden die niet meer naar school gaan en die ook niet worden opgevangen door de officiele instanties. In dat kader hebben we bijvoorbeeld het nieuwe Johan Cruyf Court geadopteerd. Wij doen daar het sociaal beheer.’

Wat is dat: sociaal beheer? ’Als je een dergelijk trapveldje aan de straat laat, dan zullen bepaalde groepen, bijvoorbeeld hangjongeren, het overnemen. Die spelen er dan de baas, die bepalen wie er mag voetballen en wie niet. Maar elk kind heeft recht op speelmomenten, ook dat verlegen jongentje van vier. Regelmatig zijn er daarom trainers van ons op dat veldje om ervoor te zorgen dat iedereen een kans krijgt om een balletje te trappen. Dat noemen we sociaal beheer.’

Hij noemt veel samenwerkingen: met het Stadsdeel, het projectbureau, met CIVIC, met sportverenigingen. Geeft dat nooit spanningen? Iedereen wil toch met de eer gaan strijken als iets een succes blijkt te zijn? Daarover is Patrick erg kort. Hij zegt:’Ik heb al meer dan voldoende medailles in de kast liggen. Als CIVIC met de eer willen gaan strijken, vind ik dat best. Het gaat mij om het resultaat. Ja, we zitten wel eens in elkaars vaarwater, maar via goed overleg komen we er tot nu toe altijd uit. We werken trouwens ook samen met diverse scholen, op het IJburgcollege geeft ik bijvoorbeeld een cursus fitness assistent.’

Een grote sportschool, allerlei samenwerkingsverbanden, zelf les geven. Waar haalt hij de tijd vandaan? (Het kostte uw verslaggever ook veel moeite om een afspraak te maken voor dit interview.) Hoeveel werkt hij en heeft hij nog wel tijd voor een eigen leven?

Patrick: ‘Ik werk inderdaad veel: 80 tot 100 uur per week is geen uitzondering, maar ik ben erg gezond en mijn vrouw begrijpt mijn passie voor de sport. Ik doe dit al drie jaar en het gaat nog steeds goed. Sinds kort heb ik echter een zoontje en nu zal ik toch iets anders met mijn tijd moeten omgaan. Weet ik. Maar als zich een kans voordoet, kan ik het toch niet laten. CIVIC wilde een kersdiner organiseren op IJburg en zocht daarvoor een ruimte: dan doen wij mee. En als de salsavereniging op zondagmiddag lessen geeft op mijn sportschool, dan ga ik toch even kijken. Blije mensen geven mij de meeste genoegdoening. Ik voel het dan ook als een schop tegen mijn schenen als mensen mij als een kapitalist, een commerciële jongen betitelen. Ik heb een bedrijf en moet dus inderdaad zakelijk zijn, maar het werken met bijvoorbeeld gehandicapten is toch wat me op de been houdt.’

 Culturele organisaties op IJburg klagen er wel eens over dat de IJburger te weinig tijd heeft voor allerlei activiteiten. Het zijn vaak tweeverdieners met kinderen. Die mensen gaan savonds niet meer de deur uit.

Patrich Verdoorn: ‘Dat klopt maar gedeeltelijk: we hebben op zondag vaak meer dan driehonderd mensen in huis. Maar je hebt gelijk: de IJburger heeft het druk. We hebben daarom sinds kort een nieuwe activiteit: personal training. Mensen kunnen persoonlijke begeleiding krijgen om terug te keren naar zichzelf, om tijd te vinden. Je kunt leren om keuzes te maken, terug te gaan naar jezelf. Die personal training bestaat pas kort en is nu al zo populair dat ik nieuwe mensen moet gaan aantrekken om aan de vraag te kunnen voldoen.’

 

 

design020

 

Design warenhuis voelt zich

zeer welkom op Steigereiland

 

Terwijl langs de IJburglaan de meeste winkels leeg blijven, zet het designwarenhuis De Kasstoor&Wonen 2000 op het Steigereiland een compleet nieuw gebouw neer met vijfduizend vierkante meter winkelruimte. Had dat niet anders gekund? Mede-eigenaar Olivier Smitshuijzen (‘ik ben de vijfde generatie in dit bedrijf’) moet toegeven dat hij zelfs niet heeft rondgekeken naar beschikbare ruimte. ‘Wij bestaan al 120 jaar en hebben de neiging te laten bouwen wat we nodig denken te hebben. We vielen op deze plek. Deze locatie op het Steigereiland is beeldschoon. We liggen aan het water, zijn goed bereikbaar vanuit het hele land, vlakbij het centrum van de stad. Heerlijk.’

Olivier legt uit dat het bedrijf al sinds 2004 bezig is geweest met de voorbereidingen van dit project, nadat de gemeente Amsterdam hen die plek had aangeboden. Men wist op het stadhuis dat De Kasstoor&Wonen 2000 op de Rozengracht problemen had met de bereikbaarheid voor klanten van buiten de stad en wilde het familiebedrijf voor Amsterdam behouden. Verhuizen naar een industrieterrein zoals Villa Arena was geen optie, zegt Olivier gedecideerd. Volgens hem willen zijn klanten daar niet naar toe en zelf zou hij zich er ook niet thuis voelen. Bovendien: Steigereiland was ‘liefde op het eerste gezicht.’ Hij zegt: ‘Op mooie zomerdagen lijkt het wel alsof je permanent op vakantie bent. Dan zeilen de surfers voor de deur. Prachtig.’ Waarom uitgerekend het Steigereiland? Waarom niet op het grotere Haveneiland? Hij zegt: ‘Steigereiland is een geweldige plek. Overal water, open, heel Amsterdams, veel bewoners zijn bezig met hun interieur. Top.’

Het nieuwe Design020 is geen eigen onderneming, maar een gebouw met daarin een vestiging van De Kasstoor&Wonen 2000. Opmerkelijk is er de vreemde combinatie van diverse speciaalzaken. Je kunt er terecht voor design, maar ook voor tuinmeubelen, voor gietvloeren en voor verlichting. Olivier: ‘Dat lijkt vreemd, maar is het niet. Alles wat je kunt kopen, past bij elkaar. Alle producten zijn complementair. Als je een nieuwe kast wilt kopen, moet die in het interieur passen en dus moet je ook kijken naar een vloer en naar verlichting.’

Kennelijk slaat het concept aan want de jonge directeur vertelt met enige trots dat hij wekelijks verzoeken krijgen van bedrijven die zich in Design020 zouden willen vestigen. Maar het gebouw zit vol, tot de nok.

Wat is er bijzonder aan het gebouw? Architect Cees Nagelkerke heeft een erg open gebouw ontworpen met erg veel glas. Volgens Olivier kun je bijna overal de hele ruimte overzien. Boven heb je bovendien fraai uitzicht op het omringende water. Opmerkelijk zijn ook de luie trappen. Luie trappen? Ja, de treden zijn laag en diep en dat betekent dat je rustig slenterend (of hollend) naar boven kunt lopen. Daardoor kun je ook op de trappen rustig rondkijken.

Duurzaam? Design020 heeft bijzonder lage verbruikskosten door de extreem goede isolatie. En als men bijvoorbeeld wil koelen, wordt er geen energieslurpende airco aangezet, maar worden ‘betonkernen geactiveerd’ d.w.z. het beton wordt van binnenuit gekoeld (of verwarmd) en dat zou veel efficiënter zijn dan de traditionele aanpak.

 Hoe gaan de zaken in de krimpende economie?

Olivier: ‘Prima.. Hoe komt dat? Amsterdam heeft veel inwoners met interesse voor interieurs. Bovengemiddeld. Men kent ons en weet ons te vinden. Bovendien zijn wij niet alleen bezig met kostbare totaalinrichtingen; we verkopen ook veel losse spullen: een bank, een lamp, een tafel. Een derde factor is dat mensen door de economische crisis minder snel verhuizen en in plaats daarvan iets aan hun interieur doen. Voor zestig euro kun je daarvoor bij ons een eerste advies krijgen. Dat trekt ook mensen.’

Een extra attractie is volgens hem het café. Designcafe by Spiazza van Niels Wijtmans en Suzanne de Ruijter blijkt aan te slaan: steeds meer IJburgers komen er voor een kop koffie, een ontbijt of een lunch en lopen daarna ook even door de zaak. Olivier: ‘We willen meer zijn dan een winkel. Mensen komen hier ook op te zien wat er op ontwerpgebied gebeurt. We zijn eerder een bestemming.’

   

 

egon kuchlein

Interview met kunstenaar/architect Egon Kuchlein 

‘IS DAT ECHT MOOI?’ 

Egon Kuchlein (48) bouwt zijn eigen woning: een hoekig huis met andersblauwe muren, die doorsneden zijn met veel hout en glas. Het staat aan de Pieter Holmstraat op het Steigereiland. Dat is voor hem een manier van zelfrealisatie: door het bouwen van een eigen huis geef je vorm aan je eigen leven, zegt hij. Zijn straat kent veel aparte huizen en lijkt de voorloper van een (ander) uniek experiment: de Jan Olphert Vaillantstraat. In deze hoofdstraat van het Steigereiland kan kennelijk alles: er staan rode, blauwe en gele huizen naast elkaar, je vindt er stenen- , houten- en tegelwoningen, moderne gebouwen staan naast een namaak grachtenhuis. Is dat mooi? 

Egon weet waarover hij praat als het over architectuur gaat, want hij is zowel kunstenaar, architect als bouwer. Wat op de eerste plaats?’Weet ik niet. Ik ben geschoold als kunstenaar en ik heb daarna een opleiding gevolgd aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam. Bovendien ben ik kind van een generatie zelfdoeners. Het is de combinatie. Ben begonnen als kunstenaar, als omgevingsontwerper en beeldhouwer en via enkele bouwprojecten ben ik daarna in de architectuur terecht gekomen. Zo gaan de dingen.’ 

Zijn blauwe huis bouwt hij zelf omdat het lollig is om dat te doen en bovendien is het dus een manier om aan jezelf te werken. Door samen met vriendin en kinderen je eigen woning te bouwen, bouw je volgens Egon aan je eigen leven. Dat is geen zelf gevonden wijsheid verontschuldigt hij, dat is bekend uit de Gestaltpsychologie.Hij bouwt letterlijk zelf, met eigen handen. Zijn vriendin en kinderen zijn vooral terug te vinden in de kleuren en de kinderen hebben bovendien hun eigen kamers bedacht. 

Ik ben gekomen om zijn mening te horen over de zeer kleurrijke en even omstreden Vaillantstraat. Is dat nou mooi?Egon:’ Dat is prachtig. Niet elke woning is mooi, maar het geheel is prachtig. Vergelijk het met een grote groep mensen in een drukke straat: niet elk mens is even mooi, maar zo’n grote groep is fascinerend. Ieder mens heeft er zichzelf naar eigen smaak aangekleed, zoals in de Vaillantstraat iedereen zijn eigen beeld heeft gecreëerd. Dat is uniek. Dat vind je nergens in Nederland. Zoveel verschillende smaken samen maakt gezamenlijk iets heel bijzonders. En elk afzonderlijk huis is vaak ook bijzonder. Het grote gele huis: een conceptueel unicum; het hoge rode huis: prachtig in evenwicht; het imitatie grachtenpand: zou er niet willen wonen, maar dat zoiets kan, geweldig! En Vrijburcht: opgezet als collectief met een eigen binnentuin, eigen theater, crèche. Schitterend dat zoiets lukt.’ 

En wat vinden de collega’s, andere architecten en kunstenaars? Egon:’ De meningen zijn verdeeld. Er zijn architecten, beroemde architecten, die menen dat je deze chaos van smaken niet zou moeten toestaan. Maar mijn meeste collega’s – zowel architecten als kunstenaars – delen mijn mening: een boeiend en geslaagd experiment.’ 

En wat vindt hij van de sombere woonblokken op de hoek van de Vaillantlaan en de IJburglaan. Vloekt dat niet met de kleurrijke huizen? Egon:’ Kun je ook anders zien. De IJburglaan moet een stedelijke as worden en daarbij horen grote wooncomplexen zoals je die ook op het Haveneiland vindt. En je hebt natuurlijk ook woningen nodig op een toegankelijk prijsniveau.Persoonlijk vind ik de gortdroge architectuur in diverse zijstraten veel erger. Daar zijn in grote haast een aantal woonprojecten gerealiseerd om de huizenverkoop op gang te houden. Dat zie je ook elders op IJburg. De wijk is zeer ambitieus opgezet: de eerste complexen, zoals blok 16, zijn prachtig. Maar toen er enige economische tegenwind kwam, zijn diverse projecten herontwikkeld en dat heeft ertoe geleid dat veel latere blokken een stuk minder spannend zijn. Dat geeft artistieke frictie in de wijk. Neemt niet weg dat architecten uit de hele wereld naar IJburg komen kijken.’

    

george van houts

Cabaretier George van Houts:

 ‘Elitair is heerlijk’

 De een kent hem van de koffiereclame, de ander van Radio Bergeijk, weer een ander herinnert zich George van Houts uit het cabaretprogramma Van Houts & de Ket en sommige Zeeburgers kennen hem waarschijnlijk vooral als ingenieur (ing.) Harry Heesters uit het Mediacafe TIJ.

Hoog tijd voor een interview. Wil de echte George van Houts opstaan? Wie is George van Houts?

 Hij is een klein, dik mannetje en daarom is hij cabaretier, zegt hij. Hoezo? Op school was hij als ondermaatse leerling uiteraard niet goed in sport en hij blonk ook al niet uit in het versieren van meisjes, maar hij kon mensen laten lachen. Dus dat werd zijn specialiteit. Daarmee kon hij toch de gewenste aandacht trekken.

George maakte bovendien spelenderwijs kennis met de toneelschool want die was in zijn geboorteplaats Zaandam vastgebouwd aan de middelbare school. De gevreesde sportzaal van het lyceum was ondergebracht in het plaatselijke theater. Spelenderwijs rolde hij daardoor het toneel op; vanaf zijn zestiende was het voor George duidelijk: zijn toekomst lag in het theater. Daar dacht men op de Amsterdamse Toneelschool overigens anders over want het duurde twee jaar voordat hij werd toegelaten, maar toen werd hij dan ook als een van de acht geselecteerden gekozen uit een groep van 1500 belangstellenden. Hij is daar nog steeds trots op.

 Zijn carrière? Toen George van de toneelschool kwam, werd hij free lance toneelspeler, onder meer bij het theatergezelschap Rho in Rotterdam. Uit die tijd herinnert hij zich met plezier de familievoorstellingen zoals De Heksen van Roald Dahl en de kleine producties, waarin hij drama en cabaret mocht combineren. Toen er in 1996 ruzie ontstond binnen dit gezelschap pakte hij zijn biezen en begon met Tom de Ket het huidige cabaretduo Van Houts & de Ket.

George: ‘Dat was enorm spannend want ik was plotseling een kleine zelfstandige en dat gebeurde uitgerekend in de tijd dat ons eerste dochtertje werd geboren en we ons eerste huis kochten.’

Waarom is het zo leuk om cabaretier te zijn? George: ‘Het is heerlijk om mensen op een goede manier te kunnen laten lachen, maar dat is tevens de grootste valkuil want de mensen die naar ons komen kijken en luisteren, verwachten ook dat er gelachen kan worden. Jij moet er steeds opnieuw voor zorgen dat zij dubbel kunnen liggen.’ Zijn grote voorbeeld daarbij is Freek de Jonge. Hij bewondert hem vooral om de manier waarop Freek humor en diepgang weet te combineren. Met name in het theater. Daarbuiten vindt hij hem nog wel eens erg drammerig, maar op het toneel is Freek de Jonge volgens George niet te evenaren.

Beter dan Youp van het Hek? George: ‘Ja.

Hoezo? George: ‘Wat Youp schrijft, lees ik met veel plezier. Hij is in zijn columns vaak zeer scherp en intelligent, maar in het theater is hij de slaaf van zijn publiek. Dat is cultureel conservatief. Dat wil steeds opnieuw de oude Youp horen en zien.’

Als hij zichzelf moet vergelijken met Youp ziet George onmiddellijk een belangrijke overeenkomt: ze zijn beiden niet zachtzinnig. En het verschil? George zingt geen liedjes en hij vreest dat hij gemener is dan Youp.  

Koffie

Veel mensen kennen Geoge van Houts waarschijnlijk vooral van de koffiereclame. Samen met zijn kompaan Tom de Ket prijst hij in een tv-spotje van Kanis & Gunnink de kwaliteit van dat merk aan. Waarom doet een cabaretier dat? George: ‘Ik kende de betrokken reclamemaker nog van school. Hij was een zoon van de bekende communist Marcus Bakker. Hij bood ons aan om zelf sketches te maken voor een zes-tal commercials en voor die artistieke vrijheid – en uiteraard een leuk honorarium - zijn we gezwicht. Wat bovendien meespeelde was het feit dat we al een eigen theaterpubliek hadden; we hoefde daarom niet zo bang te zijn dat iedereen ons onmiddellijk zou associëren met die koffiereclame.’

Iets groter was de invloed van Radio Bergeijk, denkt hij. Ruim zes jaar verzorgde George van Houts samen met Pieter Bouwman voor de VPRO dagelijks een humorprogramma en dat droeg enorm bij aan zijn bekendheid. En aan zijn imago. Veel luisteraars kennen hem vooral als radiokomiek. Dat is soms lastig. George vertelt dat Radio Bergeijk tot nu toe misschien wel de zwaarste klus uit zijn leven is geweest. Toen ze eraan begonnen leek het al een hele toer om zes weken achtereen elke dag een humoristisch programma te maken. Dat was aanvankelijk het plan. Het werden er 642!

‘We hebben in Bergeijk een eigen wereld gecreëerd met bijna 150 verschillende personages. Een van hen was ingenieur Harry Heesters, die je nu in het MediacafeTIJ weer tegenkomt.’ Onlangs zijn ze ermee gestopt, vooral omdat het steeds moeilijker werd om herhalingen te voorkomen. Na die enorme reeks radio-uitzendingen zijn er nog acht TV uitzendingen geweest onder dezelfde naam en er zijn vage plannen voor een tweede reeks.

 

Op IJburg is George van Houts bekend geworden door zijn rol in het MediacafeTIJ. Hij heeft aan de wieg gestaan van deze cultuuractiviteit en speelt als ingenieur Harry Heesters een opvallende rol in met name de talkshows.

Waarom energie in het Mediacafe stoppen? Heeft hij het niet druk genoeg­? George: ‘Het is mijn bijdrage aan deze nieuwe wijk. Ik vind dat nieuwe bewoners iets moeten bijdragen aan de leefbaarheid en dit is mijn poging. Een soort vrijwilligerswerk. Het leek me bovendien een prima manier om snel een aantal mensen te leren kennen.’

Toen Thea Pruim, Patrick Richter, George en enkele anderen begonnen met het Mediacafe hoopten zij eigenlijk dat het een soort werkplaats zou worden waarin IJburgers diverse soorten programma’s zouden kunnen maken voor Ijburgers. Maar dat bleek lastig. Iedereen in deze nieuwe wijk heeft het te druk. Er waren voortdurend agendaproblemen. Nu heeft men het roer min of meer omgegooid en concentreert de aandacht zich op de talkshow.

Een succes?  Het loopt geen storm, maar met 30- 40 bezoekers per keer is het zaaltje van Vrijburcht toch telkens goed gevuld. Volgens George kunnen er domweg niet meer mensen in, als de talkshow nog populairder wordt, barst ze uit het theater. George van Houts is vaste gast in de talkshow. ‘Ik kom elke keer langs als ingenieur Harry Heesters, speciaal adviseur van Projectbureau IJburg. Harry is een wereldvreemde man die zichzelf razend slim vindt en met allerlei adviezen komt om de leefbaarheid van IJburg te vergroten. Het is een satire op de overplanologie van IJburg. Voorbeelden van deze columns vind je op de site van Mediacafe.’

Hoezo overplanologie? George van Houts vertelt hoe in het begin werkelijk alles op IJburg strak werd gepland en gecontroleerd. Er liepen toen een reeks bouwinspecteurs rond en als er ergens een stoeptegel scheef lag, werd het werk weer stilgelegd. Er was een bijbel met bouwvoorschriften. Toch liep er af en toe iets goed fout. De kavels op het Rieteiland zijn bijvoorbeeld verkocht met het recht om een steiger te bouwen en dat heeft iedereen ook graag gedaan, maar later bleek dat het water waaraan men ligt in andere plannen is voorbestemd om moeras te worden! George kan er om lachen, andere Steigereiland bewoners vinden het minder amusant.

Harry Heesters bedenkt zijn plannen doorgaans ter plekke, vertelt George van Houts. Hij gaat met cameraman Patrick Richter op stap en op locatie – vaak het Diemerpark – ontstaan  dan de beste ideeën. De samenwerking met Patrick blijkt daarbij zeer stimulerend.

Wat staat ons komende tijd te wachten? George heeft gehoord dat Harry broedt op een plan om een gedwongen interculturele maaltijd te organiseren om de samenhang op IJburg te vergroten. In het winkelcentrum zullen lange tafels worden opgesteld, waaraan iedereen moet bijdragen en het zal verboden worden naast soortgenoten te gaan zitten. Dwang? Inderdaad, als men niet meewerkt, komt de wijkmotoragent langs om onwilligen op te halen.

 Cultuur

 MediacafeTIJ is net zoals Vrijburcht onderdeel van het IJburgse culturele leven. Dat is verder niet erg rijk, lijkt het. Weinig filmvoorstellingen, weinig expositieruimte, nauwelijks muziek, weinig buitenkunst. George van Houts: ‘In vergelijking met de binnenstad is het inderdaad bijzonder armetierig, maar ik mis het niet echt. Bovendien: er zijn de laatste tijd diverse goede restaurants bijgekomen en dat beschouw ik ook als een vorm van cultuur. En voor film, muziek en theater ga je toch gewoon naar het centrum. Ik moet er niet aan denken dat alles op dit eiland zou moeten gebeuren. Ben blij dat ik er af en toe af mag.’

Hij meent ook dat het niet reëel is om te verwachten dat er op IJburg snel een boeiend cultureel leven zal ontstaan want de meeste mensen hebben jonge kinderen en drukke banen. Die zijn blij als ze s avonds thuis mogen blijven.

 En wat zijn de plannen van het duo Van Hout & de Ket?

George: ‘We gaan samen met het Zuidelijk Toneel een voorstelling maken over de democratie in Nederland. Daaraan gaan ook bekende Nederlanders als Philip Freriks en Harmen Siezen meewerken. Ik denk dat we komende tijd daaraan onze handen vol hebben. En daarna komt er weer een nieuwe voorstelling van ons duo. We hebben tot nu toe alleen een poster en een titel: Achterlijker dan Dwars. De inhoud moeten we nog bedenken.’

Hoe gaat dat? George legt uit dat het maken van cabaret nauwelijks te plannen is. Soms schiet hem wat te binnen, een andere keer overkomt dat Tom de Ket. Soms brainstormen ze samen en leidt dat tot niets; een andere keer tuimelt het ene goede idee over het andere. Tom is volgens George meer de schrijver van het duo; hij ziet zichzelf meer als de improvisator. Maar het is niet zo dat de een de aangever is en de ander de komiek. Hun rollen wisselen voortdurend. Ze hebben plannen voor twee jaar d.w.z. het programma voor 2009 is al geboekt bij een aantal theaters. Daarna zien ze wel verder.

 IJburg

 Hoe kwam hij op IJburg terecht? ‘IJburg heeft een ideale combinatie: buiten en toch dichtbij de stad. Je bent dichtbij het water – ik ben gek op zeilen – en dichtbij het buitengebied – ik loop graag hard -, maar met de tram ben je binnen een kwartier in de binnenstad. Ideaal. En elk voordeel heeft natuurlijk zijn nadeel: het verkeer wordt erg druk, de files op de witte brug naar IJburg worden langzaam maar zeker hinderlijk.

En de gesignaleerde problemen met verschillende sociale groepen? George van Houts: ‘Amsterdam vraagt om problemen door het achterhaalde ideaal van een maakbare samenleving te blijven nastreven. Dat is naïef. In alle grote buitenlandse steden zie je wijken ontstaan per bevolkingsgroep: Italiaanse wijken en Chinese wijken, villawijken en volkswijken. De meeste mensen vinden het prettig om bij de eigen soort mensen te wonen. Maar in Amsterdam lijkt dat nog altijd niet te mogen. De misvatting van de maakbare samenleving, het ideaal van het gedwongen mengen, lijkt hier onuitroeibaar. Niemand vind dat plezierig: de rijkeren in hun Volvo’s generen zich voor de overburen in hun oude Japanners en die voelen zich niet op hun gemak met die welgestelde straatgenoten. Niet doen.’

Hij heeft er geen problemen mee dat George van Houts op het nogal elitaire Rieteiland woont?

George van Houts: ‘Elitair is heerlijk.’

 

 

     

diemerpark


Natuurbouw in het Diemerpark                                                                                  

redt de ringslang

 Wie de afgelopen tijd over de Diemerzeedijk fietste en/of de Nesciobrug over het Amsterdam Rijn Kanaal beklom, zal met enige verbazing naar de ravage tussen dijk en kanaal hebben gekeken. Wat werd daar gedaan? Waarom werd de natuurlijke begroeiing er weggehaald? Waarom de oude bramenstruiken gerooid? Wat een kale boel. Met grote machines was men kennelijk bezig er een parkje aan te leggen of moest dat nieuwe natuur worden? De werkmannen wisten niet wat ze aan het doen waren. Daarom maar eens gebeld met de stadsdeel ecoloog Els Corporaal.

 

Vraagje vooraf: wat doet een stadsdeel ecoloog in de winter als er in de natuur weinig te doen is? Domme vraag, hoor ik Els Corporaal denken. Ze zegt: ‘Er is swinters in het Diemerpark van alles te zien. Ik was er vanochtend: overal sporen in de sneeuw, van vossen, konijnen, wezels en hermelijnen. Veel vogels ook: winterkoninkjes, kraaien, roodborstjes en een roerdomp.' De stadsdeel ecologe komt dagelijks in haar Diemerpark en komt zelden op kantoor terug zonder iets bijzonders te hebben gezien. En wat doet zij op kantoor? Ambtenaren moeten veel vergaderen. Praten over nieuwe projecten zoals de uitbouw van de Ecologische Hoofd Structuur, overleggen over het vleermuizenonderzoek dat in het Diemerpark is uitgevoerd, vergaderen over het herprofileren van stads groen zoals bij de Douaneloodsen.

 

Wat gebeurt er met de strook natuur tussen de Diemerzeedijk en het kanaal?

Els Corporaal legt uit dat deze reep natuur onderdeel is van de landelijke Ecologische Hoofdstructuur, een aangesloten reeks grotere en kleinere natuurgebieden. Door een groot aantal natuurterreinen en terreintjes te verbinden kunnen planten en vooral dieren zich verplaatsen en dat is een voorwaarde voor hun gezondheid. Door heel Nederland probeert men natuurgebieden onderling te verbinden; het Diemerpark is daarvan een onderdeel.

Maar waarom moet het stuk onder de Nesciobrug dan op de schop?

Zij legt geduldig uit dat de lange strook tussen dijk en kanaal vooral interessant is vanwege de ringslangen, waterspitsmuizen en vleermuizen. Die hebben natte plekken nodig om bijvoorbeeld te foerageren. In het gebied rond de Nesciobrug was onvoldoende water en daarom is men doende dat daar aan te leggen. Logisch toch? Om de sloten en vijvers te kunnen graven moest een groot deel van de vegetatie, waaronder de bramen, worden verwijderd. Dat ziet er nu niet leuk uit, erkent ze, maar Els Corporaal verzekert dat je er over een jaar niets meer van ziet; dan heeft de natuur het nu kale terrein weer in bezig genomen.

 

Het nieuwe stukje natuur wordt overigens niet alleen gebouwd voor de ringslagen, spitsmuizen en vleermuizen legt Els Corporaal uit. Ze verwacht dat het ook veel vogels zal aantrekken. Langs het nieuwe water zal ongetwijfeld riet opkomen en daarin zal bijvoorbeeld de roerdomp zich kunnen thuis voelen, en ook de karekiet, de snor en het baardmannetje. Op het open water zul je de dodaars en de bergeend kunnen zien. Kortom, het kan een rijk gebiedje worden.

Toch merkwaardig om een dergelijk nieuw natuurgebied aan te leggen onder een brug en dicht bij een drukke wandel- en fietsroute.

Els Corporaal is niet bang voor verstoring want de ervaring heeft geleerd dat de meeste mensen zich niet in dergelijke natte gebieden wagen, ook honden lijken er niet van te houden. Een enkele natuurliefhebber dringt wel eens door de struiken heen, maar de meeste wandelaars, hardlopers, fietsers en andere Diemerparkrecreanten blijven op de verharde weg, weet zij. Ze vertelt dat men even heeft overwogen om hekken te plaatsen, maar dat idee is snel verlaten; de sloten, natte plekken en verwachte struwelen zullen het natuurgebied naar verwachting voldoende afschermen. Nee, hoe er het precies gaat uitzien, weet de stadsdeel ecologe ook nog niet want dat wordt aan de natuur overgelaten. Wordt er dan niets aangeplant? In eerste instantie zegt ze ferm nee, maar bij nader inzien herinnert ze zich toch dat er wel een aantal bomen zal worden geplant, vanwege zogenaamde zichtlijnen. Dat heeft de landschapsarchit

Boeken bestellen

Met Pensioen

o.a. bij BOL en bij Mets en Mets

en als e-book bij Mets&Mets

 

 

Late Liefde en De Erfenis:

bij Nieuw Amsterdam

Geschiedenis van IJburg

Op de site van de Brugkrant staan artikelen over de geschiedenis van IJburg van mijn hand. Klik hier om ze te lezen.

noimage